Die 22ste maart namen wij op de 2de verdieping samen met onze collega’s Nicolas Everaet, Davy Moens, Walter Roelandt, Nadia Moerenhout, Chris Deweerdt en Arne Van Maerrem deel aan een actie op risicovluchten bij aankomst. Bij de eerste knal schrokken we op maar aangezien we niet meteen iets zagen, hoopten we dat het niets ernstigs was. Hoewel… Toen de tweede bom echter vlak boven ons hoofd explodeerde en stukjes uit het plafond neerdwarrelden, keken we naar elkaar met een vertwijfelde blik in de ogen: “Het zal toch niet waar zijn?” maar eigenlijk waren we er vrij zeker van dat het hier over een aanslag ging.
Op zo'n slagveld waren we niet voorbereid
Het was onze plicht....

De mensen om ons heen sloegen ook meteen in paniek, vluchtten weg en liepen daarmee zelfs een klein kind tegen de grond.  Op dat moment zijn we tussenbeide gekomen. We maanden hen aan vooral rustig te blijven en  hielpen hen het gebouw te verlaten.

Vervolgens zijn we zo snel we konden samen met collega’s Nicolas Everaet en Davy Moens de inmiddels stilstaande roltrap opgelopen, gehinderd door achtergelaten koffers. Boven in de vertrekhal, kwamen we terecht in een grijzige stofwolk. Het eerste beeld  was een ware ravage: stukken die uit het plafond waren gevallen, de gigantische ramen die aan diggelen lagen en overal slachtoffers al of niet bedolven onder de brokstukken. Vlak naast ons bevonden zich drie militairen: De ene zat geknield, de andere daarboven gehurkt en de derde stond recht. Allen met het geweer in de aanslag.
Dan hoorden we de eerste mensen roepen… We probeerden ons een weg te banen naar dat geschreeuw maar je kon geen 5 meter voor je uit kijken.  Alles lag vol puin, slachtoffers waren nauwelijks herkenbaar, her en der ook afgerukte ledematen…  Op zo’n slagveld waren we écht niet voorbereid.

Hulp levensnoodzakelijk...

Gunther: “Ik belde naar de collega’s op de regiekamer via de Astrid-radio. Zij namen dan verder contact op met de hulpdiensten om te melden dat er een aanslag was gepleegd en om enkele ziekenwagens aan te vragen. Er was echter géén tijd te verliezen, de getroffenen hadden levensgevaarlijke verwondingen en met de hulp van de aanwezige militairen zijn we de meest ernstige gewonden eerst gaan helpen. Ik had wel een EHBO-cursus genoten op mijn vorig werk maar bij de douane is dat geen verplichte opleiding. Die soldaten hadden gelukkig knelverband bij om ervoor te zorgen dat de slagader kan afgebonden worden, maar ik heb bv. ook iemand moeten verzorgen met een simpele plastron.”

Vervolgens lliepen we op een politieagent af die tijdens zijn werk getroffen was . Later bleek dat Ben Bergen*, de zoon van onze collega Michel, te zijn maar dat wisten we toen nog niet.  Zijn jas was van zijn lichaam weggeblazen, zijn pul was helemaal verschroeid maar een deeltje van zijn kenteken, het logo van de politie, hing nog op zijn schouder.

Meteen hadden we in de gaten hoe ernstig zijn verwondingen waren. (N.v.d.r.  onze beide collega’s  hebben het beiden even heel moeilijk en gepakt door hun emoties, nemen we even wat tijd om op adem te komen.)
Toch was Ben verbazingwekkend alert. Je zou denken dat je in zo’n toestand van de kaart zou zijn, maar hij vroeg meteen aan ons: “Hoe ben ik eraan toe?”, maar dat durfden we hem echt niet te zeggen…
Gunther bekent stilletjes: “Wij vreesden echt voor zijn leven.”
Thomas: "‘k Vroeg dan maar naar zijn naam en of hij een gezin  had. Ik spoorde Ben aan om vol te houden, voor vrouw en kind. Ik beloofde dat het allemaal niet lang meer zou duren alvorens bekwame hulp zou arriveren. Ik bleef maar op hem inpraten, bang om hem te verliezen. Ik dacht vooral: “Als ik in dergelijke levensbedreigende omstandigheden moest verkeren, zou ik ook heel graag iemand bij me hebben…””

Dringend bekwame hulp gevraagd...

Maar de komst van medische hulp leek wel uren te duren. Achteraf heeft de evaluatie wel uitgewezen dat dat niet zo was maar op zo’n moment telt elke minuut. Ook was elke vorm van telefoonverkeer ondertussen plat gevallen. Gunther had een ASTRID-radio maar daarmee kan hij enkel onderlinge gesprekken voeren met douaniers, niet met de andere hulpdiensten.  Uiteindelijk kwamen er bij ons twee brancardiers aangelopen met elk één draagbed in de hand.  Wij hadden echt zoiets van: “Dat is het?! “ (N.v.d.r. : een blik van ongeloof en wanhoop zetten hun woorden kracht bij)
Later hoorden we dat ondertussen ook de aanslag in Maalbeek gepleegd was. Politie, brandweer, ambulances  zullen uiteraard niet meer geweten hebben waar eerst naartoe te rijden.  Druppelsgewijs zijn er dan bij ons meer hulpdiensten gearriveerd - ze kwamen zelfs uit Leuven – waaronder de brandweer. Toen was het meteen duidelijk dat deze mannen wisten hoe ze dit rampscenario gestructureerd moesten aanpakken: de zwaarst gekwetsten kregen gekleurde plaatjes om de hals gehangen en iedereen werd stelselmatig naar buiten geëvacueerd.

Gunther: “Ook daarbij werden we gevraagd te helpen. Een militair vroeg me een gewonde man bij de benen te nemen, maar die waren er niet meer... Vertwijfeld nam ik hem dan maar op bij de resten van zijn broek, me vooral aanmanend: “Niet verder over nadenken, doen!”
Nog een ontploffing...?

Omdat men vermoedde dat er nog een ontploffing zou volgen, kwamen ze vragen of  Davy, Nicolas en wij de mensen zoveel mogelijk naar buiten wilden begeleiden. Toen we bij de uitgang kwamen, stond  een groep mensen te treuzelen.
Gunther: “Dan gaat je hart ook wel wat sneller kloppen”
Maar niemand van ons vieren, heeft eraan gedacht het op te geven. Ook dan niet.  Nadien hebben we nog geholpen om een veiligheidsperimeter aan te leggen en kregen we de opdracht geen mensen meer in het luchthavengebouw en de garages toe te laten. Zelfs onder die levensgevaarlijke omstandigheden zijn er toch nog individuen die flagrant hun laars lappen aan die goede raad en je beginnen uitschelden omdat ze hun zin niet krijgen. Ongelooflijk ?! Zo was er een man die per se zijn auto nog wilde ophalen. Uiteindelijk hebben we die  onder dwang afgevoerd. Dat bleek nog redelijk, want de agenten trokken meteen hun wapen om duidelijk te maken dat het hun ernst was, in een dergelijk geval.
Toen – het liep dan al tegen 12 uur aan - geraakte onze chef ook eindelijk tot bij ons met flesjes water.  Aangezien onze diensten op Zaventem echter geen douanevoertuigen hebben met de nodige signalisatie en striping werd zelfs zij door de politie niet doorgelaten. Begrijpelijk in die omstandigheden, want die mensen durfden ook geen risico’s te lopen. Maar, het is wel heel pijnlijk ...  Hopelijk wordt daar iets aan gedaan in de toekomst.
Al die tijd hadden we ook nog geen contact opgenomen met de familie, maar dat kon ook niet. Dus van die gelegenheid hebben we ook even geprofiteerd om hen te verwittigen dat met ons alles ok was, want ook zij waren in paniek. Zij wisten immers dat wij in het gebouw waren toen de aanslagen gepleegd werden, maar konden geen verbinding krijgen.
Opvang...

Tegen drie uur in de namiddag konden we eindelijk terugkeren naar ons kantoor, waar we enorm goed werden opgevangen; zelfs de papieren voor eventuele werkonbekwaamheid lagen klaar en er was voor psychologische bijstand gevraagd, maar die kon pas twee dagen later komen.
Die mensen hebben ons  wel weken bijgestaan, maar zowel de psycholoog als de maatschappelijk werkster hadden niet echt de opleiding om ons te helpen bij het verwerken van dergelijk trauma. Ze hebben ons adressen gegeven van specialisten terzake. Ondertussen konden we wel altijd bij hen terecht. De eerste dagen zijn we echter gewoon komen werken en hadden zoiets van “Als het ons opbreekt, weten we waar naartoe.”

Gunther:: “Uiteindelijk heb ik wel een paar gesprekken gehad met de maatschappelijke assistent en de psycholoog en bij de eerste vrije dag heb ik wel  14 uur aan een stuk geslapen: zo’n afschuwelijke beelden zullen ons altijd bijblijven en het kost tijd en moeite om ze een plaats te geven.”

Thomas: "“Ik ben op gesprek geweest bij de traumapsychologe van het stressteam van de politie en dat heeft me goed gedaan. Vooral het leed dat de aanwezige kindjes is aangedaan, heeft mij het sterkst aangegrepen. Wellicht omdat ik toen ook net papa was geworden. Weet je dat één van die bommen aan de zijkant van het  kiddy park is ontploft?!
Of die man op tv die op zoek was naar zijn volwassen zoon, maar het alleenstaande, huilende baby’tje gewoon achterliet… Anderzijds vertelde er ook een dame die aan de balie werkte vlakbij de plaats waar de eerste bom ontplofte, dat ze een kindje in bescherming heeft genomen en er de hele tijd spelletjes mee heeft gespeeld om het af te leiden. Chique, vind ik dat“

Ja, er zijn ook mensen die de aanslag overleefd hebben of er net aan ontsnapt zijn, zoals die dame met kind die al aan de bewuste balie stond  maar vanwege het lange wachten uit de rij stapte om buiten wat te gaan wandelen. Dat is het lot zeker…

Een terugblik...

Weet je wat het meest frustrerend is, dat je zó graag iedereen wel had willen helpen, maar dat ging echt niet: ze waren met zovelen… Nu nog  worstelen we met dat gevoel: “Heb ik wel alles gedaan wat ik kon doen?”  (N.v.d.r. ze klinken nog steeds vertwijfeld, zij zien zichzelf echt niet als “de redders in nood” tijdens dit drama)
Thomas: “Over Ben heb ik gehoord dat hij het wél gehaald heeft en dat hij aan de beterhand is. Gelukkig maar, een persoonlijke ontmoeting is er nog niet geweest omdat Ben zelf aangegeven heeft daarvoor nog niet klaar te zijn.”
Gunther: “Ik zou de slachtoffers die ik verzorgd heb niet herkennen, vrees ik.  Ik kon hen op dat moment echt niet in het gelaat kijken…(N.v.d.r  met een blik van verontschuldiging)”
Gevolgen...

Deze aanslag heeft zeker zijn gevolgen gehad op onze persoonlijkheid. We zijn er  alerter op geworden. We gaan geen grote manifestaties uit de weg - die aanslagen zijn een realiteit en we zullen ermee moeten leren leven - maar automatisch houden we nu rekening met risico’s. Als het bv. tijdens zo’n gelegenheid echt warm is buiten en er loopt iemand tussen met een dikke winterjas, dan heb je dat dadelijk in de gaten!”


Tekst en foto: A.V.P
Opmaak: Ilse De Witte


N.v.d.r. We willen Gunther, Thomas en alle collega’s die op risico voor eigen leven in de bres zijn gesprongen om slachtoffers te helpen  en/of probeer(den) een volgende aanslag zo goed mogelijk te voorkomen, van harte danken. Wij zijn trots op jullie.  RESPECT collega’s!
Noot* N.v.d.r. Via collega Michel Bergen (Luchthaven Zaventem) hebben we vernomen dat zijn zoon Ben politie-inspecteur is in Zaventem en recht in de tweede explosie gelopen is. Inmiddels gaat het goed met Ben, maar het is echt een dubbeltje op zijn kant geweest. Hij leert momenteel lopen met een eerste prothese en wacht tot zijn ander been geneest om echt aan de revalidatie te beginnen. Volgens de dokter kan dat nog wel wat duren (een twaalftal weken) maar éénmaal het ijzerwerk uit zijn been, zal Ben eindelijk weten in hoeverre hij dat been nog zal kunnen gebruiken.
Ondanks alles is Ben zeer positief en zijn hij en zijn familie zeer gelukkig dat hij nog leeft.
Uiteraard wensen we hem veel beterschap toe.
Gunther Reynders en Thomas Falconieri zijn twee van de 8 collega’s die op de luchthaven slachtoffers hielpen toen de aanslagen in Zaventem gepleegd werden.  In de plaats van de vluchten  - wat meer dan begrijpelijk zou zijn geweest in dergelijke omstandigheden -  vonden ze het hun plicht andere mensen bij te staan. Hierna hun verhaal over die afschuwelijke dag…