Collega's van het kantoor Meer
Kantoor Meer
Sabine De Schryver,
de eerste vrouwelijke regionaal centrumdirecteur
te Antwerpen
Wat was de aanleiding om voor onze administratie te komen werken in 1984? Hebt u daar bewust voor gekozen?

Totaal niet. Ik ben in 1980 begonnen als stagiaire bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Toen kreeg ik de kans om deel te nemen aan een overheidsexamen voor een job bij de FOD Financiën. Zoals de meesten onder ons veronderstelde ik dat ik zou terechtkomen bij de Directe Belastingen, maar het werd de Administratie van Douane en Accijnzen. Ik werd toegewezen aan het kantoor in Meer. Voor mij onbekend terrein. Het is misschien wel grappig om te vertellen, maar als jong meisje uit de stad Antwerpen had ik nog nooit horen spreken over Meer. Dus ik ging er foutief van uit dat het hier om een typefout ging en dat ik op de Meir in het centrum van de stad moest zijn. Al vlug werd duidelijk dat er hier geen sprake was van een zetfoutje en dat ik verwacht werd in één van de drukste douanekantoren van België in die tijd, gelegen op de E19 aan de grens met Nederland.
Het was wel een ideale plaats om ervaring op te doen als groentje. Waaruit bestond uw taak toen?

Ja, aangezien de binnengrenzen tussen de EU-lidstaten toen nog bestonden, moest elke vrachtwagenchauffeur daar stoppen om zijn documenten te laten controleren door de douane. Als financiebeambte (nu financieel medewerker) had ik een plaats achter het loket en voorzag dan alle facturen en bijhorende documenten van de nodige douanestempels. Maar, het kon ook dat ik een container met begerenswaardige goederen mocht verzegelen met een loodje. De taken waren heel gevarieerd en binnen een paar dagen was ik al volledig gewonnen voor de douane.
U bent binnen de AAD&A verder opgeklommen. Wat zijn volgens u daarvan de voordelen?

Het grote voordeel is dat je heel veel praktijkkennis opdoet. Je start van nul en gaandeweg breid je je kennis uit, daar waar er van collega's die in niveau A binnenkomen verwacht wordt dat zij zich meteen al een groot pakket aan douanekennis hebben eigen gemaakt. Het is ook nuttig gebleken dat ik heb ondervonden hoe het er op het terrein aan toe gaat. Alleen jammer dat ik nooit in de haven heb gewerkt. De kennis die ik hierover heb vergaard, komt van mijn jaren dienst op de Directie sinds 1996.
Welke stappen hebt u ondernomen om uw ervaring zo ruim mogelijk te ontwikkelen?

Ik heb zowel intern als extern lesgegeven, zowel voor de cursisten aan de universiteit als bij Portilog. Dit is het opleidingscentrum voor havengebonden en logistieke bedrijven in Antwerpen. Ik heb ook veel informatie opgestoken tijdens mijn deelnames aan de werkgroepen van het Nationaal Forum. Zelf was ik de convenor (gespreksleider) van de werkgroep Accijnzen, maar je maakt daar ook kennis met andere douanegerelateerde materies.
Waarom dong u mee voor een plaats als regionaal centrumdirecteur te Antwerpen?

Ja, ... omdat ik wel ambitieus ben. Dus toen ik hoorde dat de vorige regiomanager Robert Robbrecht met pensioen ging, dacht ik: "Waarom niet, ik ben in alle bevorderingsexamens van de eerste keer geslaagd. Dit zou de kers op de taart van mijn carrière zijn."

Ik heb me lange tijd kunnen specialiseren bij de dienst Accijnzen maar ik raakte wat vast in die materie. Ik had nood aan iets nieuws. Deze functie beantwoordt daar volledig aan. Diversiteit is er voldoende: wat accijnzen betreft kan ik bogen op mijn ervaring, bij douanezaken is dat iets minder maar ik kan altijd rekenen op Ilse Eelen die deze materie door en door kent. Ik zie ons als een goed draaiende tandem die de hele wetgeving kan beheersen.

Ik denk niet dat er ooit al een regionaal centrumdirecteur is geweest die uit de Accijnswetgeving kwam, maar accijnzen zijn eveneens belangrijk in een haven van Antwerpen met de raffinaderijen die er zijn, de diverse opslagplaatsen en de vele accijnsproducten die verhandeld worden in de binnenstad. Alleen al het feit dat de jaarlijkse opbrengst aan accijnzen 9 miljard euro bedraagt, zegt genoeg.

Tot slot heb je als regionaal centrumdirecteur ook de zorg over je personeel, maar dat vind ik wel fijn om te doen, behalve de enkele tuchtdossiers dan...
Schrokken complexe uitdagingen zoals de drugscriminaliteit in deze wereldhaven u niet af?

Hoewel ik bij Accijnzen dikwijls te maken kreeg met zeer hoge verschuldigdheden en fraude, ben ik er toch wel van geschrokken dat het er bij drugszaken veel erger aan toegaat dan ik me kon inbeelden. Je wordt daar werkelijk geconfronteerd met de onderwereld. Gelukkig hebben onze mensen in samenwerking met andere politionele diensten tot begin juli al beslag kunnen leggen op 54,5 ton cocaïne. Die gezamenlijke inzet is heel belangrijk, want er is nog veel werk aan de winkel. Ik merk namelijk dat de legale handel erg lijdt onder het misbruik van de drugscriminelen die profiteren van de legale aanvoer om hun drugs te transporteren.

En dan kom ik terug bij je vraag: "Heb je er schrik van?". Het is boeiend, maar ik maak me niet de illusie dat ik dit probleem alleen moet/kan aanpakken. Ik ben sowieso iemand die fel inzet op samenwerking om zo ons doel te bereiken.
Waaruit bestaat eigenlijk de hoofdtaak van een regionaal centrumdirecteur?

Hoofdtaak van een regionaal centrumdirecteur is ervoor te zorgen dat de doelstellingen die onze beleidsmensen in Brussel vooropstellen, gehaald worden.

Daarnaast werken er in Antwerpen bij de Administratie Operaties iets meer dan 600 personeelsleden. Het is belangrijk dat die verschillende diensten onderling goed samenwerken, ook met de collega's van de Administratie Opsporing. Zij zijn wel een entiteit op zich binnen onze regio, maar alleen al vanwege de drugs maar ook voor andere materies is een vlotte samenwerking noodzakelijk.

Tot slot is het ook mijn taak om voor alle diensten genoeg middelen en personeel te voorzien, maar dat is wel een grote uitdaging. Vanwege besparingen is onze AAD&A sterk afgeslankt. Ik merk echter dat heel wat medewerkers zich al geruime tijd dubbel zetten, maar nu op hun tandvlees komen te zitten. Het is de hoogste tijd om in te grijpen. Dus ik hoop van harte dat ons beleid de middelen krijgt om meer personeel aan te nemen.

Gelukkig hebben we nog vele gemotiveerde medewerkers om mooie resultaten te boeken in Antwerpen en dat geldt zowel voor onze eerstelijnsdiensten maar ook voor de Controleregie, de Regiodiensten, onze tweedelijnsdiensten en de afdelingen Aangiftebeheer en Geschillen.
U hebt in de presentatie ter attentie van de internationale vrouwendag al aangegeven dat u nooit ondervonden hebt dat u als vrouw anders behandeld werd dan mannen binnen onze administratie. Geldt die houding ook bij uw contacten in het bedrijfsleven bijvoorbeeld?

Ik ben regiomanager ad interim vanaf 1 juni 2020 en onlangs definitief benoemd. Vanwege de coronamaatregelen heb ik in deze functie nog niet veel kunnen netwerken. Maar als gespreksleider van de werkgroep Accijnzen vergaderden we regelmatig met zakenlui en collega's uit de administratie. Ik kan gerust stellen dat ik nooit ben verzeild geraakt in een situatie zoals we onlangs op tv zagen toen Ursula van der Leyden, voorzitster van de Europese Commissie, bewust geen stoel kreeg aangeboden door president Erdogan (Turkije). Bovendien vind ik bij dergelijke zakelijke meetings iemands expertise belangrijker dan het geslacht. Trouwens, men moet elkaar in elke situatie met respect behandelen. Het is natuurlijk wel een eer om de eerste vrouwelijke regionaal centrumdirecteur van Antwerpen te zijn.
U bent een mooi voorbeeld van wat dames kunnen bereiken binnen onze administratie. Hebt u voor hen nog een laatste boodschap? Hoe zou u ze willen aanmoedigen bijvoorbeeld?

Ik neem aan dat jonge collega's met kinderen nood hebben aan een goed evenwicht tussen werk en privétijd, dat geldt trouwens ook voor de mannelijke collega's. Onze administratie biedt heel wat mogelijkheden om de problemen die zouden kunnen rijzen op dat gebied, tot een minimum te herleiden. Dat je kan kiezen om af en toe thuis te werken of deeltijds te werken, is daar een mooi voorbeeld van.
Hebt u een anekdote uit de periode Meer?

Ja, misschien wel. In die tijd hadden we in Meer vaak te maken met Franse drugkoeriers die terugkwamen uit Nederland nadat ze daar drugs gekocht hadden. We herkenden de Franse voertuigen meteen aan de destijds opmerkelijke gele koplampen. Nu, wanneer we vermoedden dat ze drugs op het lichaam droegen, werden ze onderworpen aan een lijfsvisitatie. Dames werden gefouilleerd door een vrouwelijke douanier. Op een dag was het nog eens mijn beurt, maar ik keek ontsteld op toen de dame in kwestie een heer bleek te zijn. We voelden ons beiden enorm opgelaten. Maar ja, in die tijd was gendergelijkheid een taboeonderwerp. Gelukkig hebben we daarin al veel vooruitgang geboekt en heel recent is er zelfs een werkmethode uitgeschreven hoe we transgender personen respectvol kunnen onderwerpen aan lijfsvisitatie.
Bedankt mevrouw De Schryver voor dit fijne gesprek en wij wensen u nog veel succes in deze nieuwe functie.
16.08.2021   •   Tekst: A.V.P.   •   Foto's: S. De Schryver © A.V.P.  -  gebouw © F. Huijbrechts  -  groepsfoto © J. Hellinx   •   Opmaak I.D.W.

 ©F.Huijbrechts

 ©J.Hellinx

Sabine De Schryver
Sabine De Schryver en administrateur-generaal Kristian Vanderwaeren