Philippe kreeg de medaille van verdienstelijk ambtenaar niet alleen voor zijn hele carrière binnen onze administratie, maar ook voor zijn behulpzaamheid en vriendelijkheid. Zijn nieuwe collega’s bij de Centrale Dienst “Wetgeving – Douane” omschreven hem bovendien als heel gastvrij, toegewijd en nauwkeurig. Daarnaast deelt hij graag zijn kennis op het gebied van oorsprong van goederen met zijn collega's. We zochten Philippe op om hem iets beter te leren kennen.
Bij het vastleggen van onze afspraak voor dit interview, liet je je ontvallen dat je al vroeg op post bent. Is daar een speciale reden toe?

4 werkdagen van de week – gelukkig is het nu toegestaan dat ik één dag van thuis uit kan werken - sta ik om kwart over vier in de morgen op. Vervolgens eet en verzorg ik me en zet ik ook het ontbijt klaar voor mijn echtgenote en nog één inwonende zoon. Tegen 5u40 stap ik in het station van Wevelgem (West-Vlaanderen, gesitueerd tussen Menen en Kortrijk) de trein op richting Brussel-Noord. Tegen vijfendertig na zeven ben ik dan in Brussel-Noord. Dit doe ik inmiddels al zo’n 22 jaar. Vind ik dat erg? Neen, in de morgen is het nog heel stil op de werkvloer en dan kan ik me volop concentreren op mijn opzoekingswerk.

Opzoekingswerk? Kan je ons iets meer vertellen over je job?

Ik werk op de dienst “Wetgeving” (Centrale Diensten) bij de Afdeling Douane met als specialiteit “Expertise en Ondersteuning”. Wij houden ons hier vooral bezig met "Preferenties en Oorsprongsregels”
Hier is het onze taak om de wetgeving rond deze materie te kennen en op te volgen om die vervolgens door te geven aan de collega’s (gaande van de regionale directies naar de bevoegde diensten van de operaties) en de firma’s. Maar ook de collega’s op het terrein moeten op de hoogte zijn.

Zo kreeg ik enkele weken geleden een vraag van een zeer ervaren fiscaal deskundige op het terrein. Hij wilde weten of het correct was dat er al bepaalde preferenties van toepassing waren in het goederenverkeer met Vietnam. Op 29 juni ll. heeft de EU met vertegenwoordigers van Vietnam wel een protocol ondertekend, maar dat moet door beide partijen nog wel officieel geratificeerd worden. Die zekerheid heb ik wanneer ik EUR-LEX hierover raadpleeg. Zo lang ik er geen bevestigende mededeling op terugvind, is het akkoord niet van kracht en mogen de collega’s op het terrein de preferenties dus ook niet toekennen.
"Wij traceren dus niet alleen de wetgeving, maar kijken er ook op toe dat ze correct wordt toegepast in de praktijk”
We ondervinden anderzijds ook dat het protocol wel van kracht is, maar dat er in de praktijk iets schort met de naleving van de daaraan verbonden voorwaarden.
Zo kan men, bijvoorbeeld, genieten van bepaalde preferenties wanneer de goederen uit Canada komen. Eén voorwaarde is dat de oorsprong wordt bevestigd op de begeleidende oorsprongsverklaring op factuur met vermelding van een “Business-number”, maar er moet ook een “bewijs van rechtstreeks vervoer” aanwezig zijn. In de praktijk ondervinden we dat Canada haar goederen, bv., eerst verzendt naar een lucht- of zeehaven in de USA om ze dan vervolgens per vliegtuig of per schip te versturen naar Europa. Het is voor ons geen probleem om een “bewijs van rechtstreeks vervoer” terug te vinden van de USA naar Europa, maar dat bewijs ontbreekt wel voor de zending van de plaats van vertrek in Canada tot bijvoorbeeld Houston, jawel in de staat Texas op het grondgebied van de Verenigde Staten.

Wij traceren dus niet alleen de wetgeving, maar kijken er ook op toe dat ze correct wordt toegepast in de praktijk. Twee van onze collega’s zijn bevoegd om aanwezig te zijn op het Comité Douanewetboek “Sectie Oorsprong” om dergelijke hiaten in de praktijk aan te kaarten bij deskundigen van de EU-commissie zodat er hiertegen maatregelen kunnen worden ondernomen.

 
Hoe lang doe je dit werk al?


Op 1 juni 1996 ben ik gestart bij deze administratie op Controle Noord 1 - kaai 338 in de haven van Antwerpen onder leiding van Inspecteur Raeckelboom. Daar werd me gevraagd om een computerprogramma te maken om de verloven van medewerkers op de verschillende kades op Antwerpen Noord bij te houden.

Drie maanden later kreeg ik mijn overplaatsing naar de Financietoren in Brussel op de Kruidtuinlaan waar ik terecht kwam op de dienst Douaneprocedures (Oorsprong, Vergunningen, Controles a posteriori) op de Centrale Administratie. Momenteel is die dienst en de medewerkers opgesplitst per specialiteit. Mijn chefs waren toen Patrick Snauwaert (fiscaal deskundige, sinds dit jaar met pensioen) en Luc Verhaeghe (adviseur). Heel deskundige mensen want zij zijn nog gestart als brigadier en hebben zich gaandeweg opgewerkt.

Heb je dan nog elders gewerkt voor 1996?

Ik ben eigenlijk een licentiaat Geschiedenis met een aggregaat om les te geven. In de beginjaren ’80 was er op het gebied van tewerkstelling echter een crisis op gang en een job in het onderwijs lag niet voor de hand. Ik heb dan “een zwerftocht” ondernomen om aan een geschikte job te geraken, maar nam ondertussen ook deel aan de examens uitgeschreven door het toenmalige Vast Wervingssecretariaat. Zo kwam ik bij deze administratie terecht.

Ben je in je vrije tijd dan nog bezig met geschiedenis?

Ja zeker. Reeds 5 jaar ben ik de voorzitter van de dienst Heemkunde
in West-Vlaanderen. De website is te vinden op heemkunde-westvlaanderen.be en ik zet me ook in voor Wibilinga, de heemkundige kring van Wevelgem.

Wat vind je van ons Douanemuseum?

Nuttig, heel nuttig. Er zijn voor het Museum van Douane en Accijnzen enkele heel belangrijke taken weggelegd.
Het is nodig om D&A kenbaar te maken bij het grote publiek. Het D&A-museum kan daar handig op inspelen door het takenpakket van onze douaniers voor te stellen. Daarbij moeten ze zeker aandacht vragen voor de niet-fiscale opdrachten, want dat spreekt aan bij de burger. Daarnaast kunnen zij ook uitleggen waarom controles onontbeerlijk zijn.

Het is ook de rol voor het D&A-museum om de evoluties binnen onze administratie vast te leggen, zowel voor het publiek als voor onze eigen medewerkers. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan de mogelijke no-deal Brexit en welke gevolgen dit heeft voor Europa, België, West-Vlaanderen in het bijzonder en het takenpakket van onze douaniers.

En tot slot ben ik blij te horen dat zij ook belang hechten aan de jonge kinderen door evenementen te organiseren zoals “Krokuskriebels”, zodat deze belastingplichtigen in spé reeds vertrouwd zijn met ons takenpakket en overtuigd zijn van het nut van ons bestaan.

Wat deed deze nominatie met jou?

Ik was heel aangenaam verrast, te meer omdat twee jonge collega’s van deze dienst met name Florence Coulon (attaché) en Mohammed Azakri (attaché) me hebben voorgedragen.

Voor mij is het “zuurstof” voor de toekomst… om verder te gaan op de ingeslagen weg tot mijn 65e ….of ietwat langer ?

Vanmorgen kwam er hier een collega langs uit Mons. Hij twijfelde aan de echtheid van de stempels op een certificaat uit de Filipijnen. Ik adviseerde hem om een controle a posteriori toe te passen en de certificaten voor te leggen aan de bevoegde instanties in de Filippijnen, die dan officieel kunnen verklaren of de stempels correct zijn of niet. Dat recht hebben we.

In principe bestaat er een handig werkprogramma van de EU, met name het “Specimen Management System” (sinds 2001). Onder de rubriek “Proof of Origin” kan iedere douanier, ook op de buitendiensten, op aanvraag deze databank consulteren om zich ervan te vergewissen of de stempels op een certificaat van oorsprong correct zijn.

Het kan echter voorkomen dat de bewuste autoriteiten van het desbetreffende land het nalaten om de correcte afdruk van de stempels door te sturen naar de bevoegde diensten van de EU. In zo’n geval schrijven wij die instanties aan en als ze echt niet reageren, schrijft onze adviseur-generaal de betrokken ambassade aan met de vraag hieraan te verhelpen. Tenslotte heeft zo’n nalatigheid tot gevolg dat een importeur met zijn goederen aan de grens moet blijven staan, totdat de douanier zekerheid heeft. In sommige gevallen komt dat de kwaliteit van de goederen zeker niet ten goede.

18 jaar lang heb ik met collega Jimmy Decourty van ICT, op vraag van mijn toenmalige hiërarchische meerdere Luc Verhaeghe, alle aanvragen voor opzoekingen op SMS Proof of Origin van de collega’s in de buitendiensten gecoördineerd. Momenteel moeten de collega’s die een vraag hebben eerste een ticket aanvragen bij de diensten van de ICT servicedesk, maar als dat niet meteen beantwoord wordt, mogen ze steeds met mij contact opnemen. 
“Ze mogen steeds met mij contact opnemen”
Philippe Haeyaert
werd gedecoreerd

Tekst en opmaak: Anne Van Puymbroeck

Foto's: Claude Heyman

Philippe Haeyaert ontvangt zijn medaille van administrateur-generaal Kristian Vanderwaeren
Philippe Haeyaert en administrateur-generaal Kristian Vanderwaeren
Philippe Haeyaert