De collega's van Patrick Maquet, tewerkgesteld als fiscaal deskundige op de dienst ABC/SBC te Aarlen, droegen hem voor vanwege zijn perfecte kennis op het gebied van accijnzen, maar ook omdat hij steeds bereid is collega's bij te staan met advies en hulp.
 
Tekst: Patrick Macquet en Anne Van Puymbroeck
Foto's: Claude Heyman
Opmaak: A.V.P.

Patrick Maquet werd gedecoreerd

 

Patrick, wil je ons in het kort vertellen over je carrière aub? 

Ik startte als RVA-stagiair bij de Administratie van Douane en Accijnzen in 1978. Ik werd toegewezen aan het Belgisch-Luxemburgse grenskantoor Rosenberg.

Daarna heb ik het examen van financiebeambte succesvol afgelegd en in 1979 kreeg ik een taak toegewezen bij de Motorbrigade van Aubange aan de Franse grens.

Ik werd in 1983 vervolgens gemuteerd naar de Brigade in Aarlen. Dat bestond uit een team van douaniers die werden ingezet om de kleine kantoren Guirsch en Gaichel op de secundaire wegen aan de Luxemburgse grens te bezetten. Wij hielden ons bezig met het afhandelen van eenvoudige inklaringen en de bagagecontrole van de passerende reizigers. We controleerden ook de passagiers op de internationale treinen. Aarlen was immers het laatste grenskantoor.

Zodra ik slaagde als opsteller (financieel assistent) verhuisde ik in 1987 naar het wegkantoor van Aubange dat destijds één van de mooiste kantoren was. Het had een hele moderne infrastructuur: met een loshaven, een entrepot, een weegbrug voor vrachtwagens, een stalling voor vee, gevangeniscellen, etc. Het was een echt een Kantoor van Bestemming.

Na het succesvol afleggen van mijn examens “adjunct-verificateur” (financieel deskundige) en “verificateur” (fiscaal deskundige) in 1993, werkte ik voornamelijk in de Verificatiedienst.

Op 1 januari 1993 werd ik gemuteerd naar de Motorbrigade van Aarlen.
In de loop van dat jaar werd ik gedetacheerd naar het Kantoor van Sterpenich om in de verificatie mijn collega’s-verificateurs te vervoegen. Vanwege de opening van de grenzen werd het kantoor van Aubange gesloten maar het goederenverkeer - en dus het werk - verlegde zich naar het kantoor van Sterpenich.

In 1995 verhuisde ik naar het Entrepot van Aarlen, waar ik als ontvanger werkte. Datzelfde jaar behaalde ik het brevet “Boekhouden”. In 1998 muteerde ik naar de Controlesectie in Aarlen, waar ik me bekwaamde in de taken van een accijnsambtenaar.

In 2002, kreeg ik in het kader van Douane 2000 de kans om drie weken stage lopen bij La Direction Nationale du Renseignement et des Enquêtes Douanières (DNRED) van de Franse Douane in Parijs.

Eenmaal terug vervulde ik de taken van controleur in de Controlesectie tot de oprichting van KLAMA in mei 2015.

Wat moest je zoal doen tijdens je stage bij DNRED te Parijs?

Ik moest voornamelijk opleidingen bijwonen over diverse methoden die de Franse douane hanteerde bij het zoeken naar frauduleuze zaken bij in- en uitvoer van goederen in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en tijdens documentcontroles.
Destijds werkten de Franse douaneautoriteiten niet op basis van instructies, maar op basis van specifieke werkmethodes, die wij, nu, zouden willen invoeren.
Aan de andere kant stonden wij op het gebied van onderzoeksmethoden i.v.m. “Accijnzen” dan weer voor, omdat onze wetgeving over deze materie beter uitgewerkt was.

Ik adviseer jonge collega’s steeds om zich ook in te schrijven voor opleidingen in het kader van Douane 2000 of Fiscalis.
Wat motiveert je elke dag?

In 2014, na de sluiting van Sterpenich en de K3-omschakeling, kwamen nieuwe collega’s ons team in Aarlen vervoegen. Sommigen kwamen terecht bij de dienst Accijnzen, maar zij hadden daarover nog geen opleiding gekregen.

Ik besloot hen dan een uitgebreide opleiding te geven; o.a. over de manier van werken en het opzetten van databases en spreadsheets. De bekendste daarvan is de berekening van de accijnzen die buEk heeft "gerecupereerd". Ik hield daarbij altijd rekening met de collega's van de Opleidingsdienst en overschreed de grenzen van mijn bevoegdheid niet.

Het motiveert me om mijn collega’s, of ze nu van Aarlen zijn of niet, te helpen. Niet dat wij oudere collega’s onmisbaar zijn, maar het is fijn dat we de mogelijkheid hebben om onze kennis over te dragen zodat de jongere generatie goede betrekkingen tot stand kan brengen tussen diensten en collega's en vooral beschikbaar kunnen zijn voor onze economische operatoren.

Let wel, deze motivatie werd mij in het begin van mijn carrière ook doorgegeven, zij het dan door mijn vroegere chefs Gérard Denis, ontvanger A van het grenskantoor Aubange en Bruno Lorent, de hoofdcontroleur (adviseur) te Aarlen.


Was de nominatie een complete verrassing voor u?

Ah, een strikvraag! Een halve verrassing, want mijn collega's hadden me verteld dat ze me hadden voorgesteld voor een nominatie.

Maar het was bij de uitreiking van de medaille dat ik terdege besefte wat deze verrassing inhield. Geëmotioneerd luisterde ik naar administrateur-generaal K. Vanderwaeren toen hij de reden toelichtte voor mijn nominatie en me vertelde hoe positief de collega's over me waren.


Wil je met ons delen wat deze decoratie voor jou betekent?

Ja, ik wil al mijn collega's hier en elders bedanken voor deze buitengewone onderscheiding.

Een pluim voor de collega's van de diensten van Aarlen, want dit is de tweede keer dat een douanier van Zuid-Luxemburg is gedecoreerd dankzij hen. Dit is een bewijs van de goede verstandhouding tussen collega's en diensten. Zegt men niet dat de douane één grote familie is?





Patrick Maquet ontvangt zijn medaille van administrateur-generaal Kristian Vanderwaeren
Philippe Haeyaert en administrateur-generaal Kristian Vanderwaeren