Hoe ziet jouw carrière bij Douane & Accijnzen eruit?

In 1978 ben ik begonnen bij Inspectie Zuid 1 op Kattendijkdok. Ik stond in voor de personeelszaken, maar als er iemand afwezig was, sprongen we voor elkaar in de bres. Op die manier ontwikkelde ik er ook een basiskennis van bijvoorbeeld oorsprongscertificaten en diplomatieke zendingen.

Rond 2001 werd Zuid 1 opgedoekt in het kader van het Pandora-project (een herschikking van de diensten in de haven) en verhuisde ik naar Inspectie Oost 2 aan kaai 140. Daar heb ik me verder kunnen verdiepen in douanezaken zoals tijdelijke opslag, waar ik op Zuid 1 nooit mee te maken had. Door de frequente afwezigheid van de teamchef moesten we zelfstandig zaken zien op te lossen, waardoor ik als het ware in de diverse materies ben gerold.

Later werd ook Oost 2 gesloten en kwam ik op kaai 363 terecht, waar ik samen met Sandy De Prins mee het Mobiel Toezicht heb opgericht.


Heb je het werk in de haven door de jaren heen zien veranderen?

Ik herinner me nog goed de opkomst van de computer: we evolueerden van pen, papier en typemachines naar een eerste computer op de dienst, die je weliswaar met je collega’s moest delen. Op die computer mochten we tijdens de lunchpauze spelletjes spelen om alvast vertrouwd te raken met de werking ervan. Later volgden we cursussen, onder meer voor het gebruik van het kantoorsoftwarepakket Microsoft Works. Zo konden we brieven maken, al beschikten we in het begin nog niet over een printer of internet.  Ik zie het als een positieve zaak dat nu iedereen over een eigen laptop beschikt om zijn werk te doen.


Is het makkelijk om tot aan kaai 363 in de Antwerpse haven te geraken?

Ik beschik niet over een rijbewijs, dus doe ik het traject van Merksem naar kaai 363 elke dag met de fiets. Vooral die laatste kilometer over kasseien is soms lastig. Net alsof je Parijs-Roubaix aan het rijden bent. Ik heb er vaak platte band gereden. Sinds anderhalf jaar rij ik elektrisch, al probeer ik de ondersteuning zo laag mogelijk te houden.

Het voordeel van fietsen is dat je ’s morgens ontspannen op het werk aankomt en ’s avonds met een leeggemaakt hoofd terug thuiskomt. De zorgen van het werk kan ik onderweg al fietsend kwijtraken.

Hoe ben je destijds Schakelmedewerker geworden?

Goh, hoe is dat ook alweer gegaan? Ik geloof dat Jan Hellinx me dat destijds is komen vragen omdat hij voor Zuid 1 geen medewerker meer had.

Ik ben trouwens ook nog medewerker geweest van het Douanemuseum, waar ik rondleidingen gaf aan kinderen van de lagere school (meer onderaan). Met spijt in het hart ben ik daar toen mee gestopt omdat het niet te combineren viel met mijn taken op kaai 140.


Was je verrast door jouw nominatie voor een medaille?

Toen ik de e-mail van de nominatie binnenkreeg, dacht ik aanvankelijk dat iemand een grap met me probeerde uit te halen.

De nominatie flatteert me wel en ik ben trots op mijn medaille. Toch wil ik benadrukken dat andere collega’s zo’n medaille even hard verdienen als ik. Collega’s die door weer en wind de kaai op moeten voor een verificatie bijvoorbeeld. Ik zie mezelf dan ook als een soort vertegenwoordiger van al die collega’s.

Het verheugt me om te zien dat de jongste generatie douaniers er opnieuw voor elkaar is en voor elkaar in de bres wil springen. Als een collega door omstandigheden spoedverlof nodig heeft, is een ander bereid om dat op te vangen. Dat gevoel heb ik toch een tijdje gemist. Zelf heb ik ook altijd mijn best gedaan om de shiftplanningen met respect en begrip voor iedereen op te maken en waar nodig aan te passen. Ook al betekende dat dat ik soms om 6 uur al telefoon kreeg en op zoek moest naar vervanging.

Toen een collega palliatief ziek was, ben ik haar twee keer per week in het Erasmusziekenhuis gaan bezoeken, onder meer om haar bij te praten over de gebeurtenissen op het werk. Zo kreeg ze het gevoel dat zij nog steeds bij ons team hoorde.
Of toen een collega door omstandigheden thuis moest blijven, ben ik er op vraag van zijn moeder geregeld langs geweest om het papierwerk in orde te brengen.
Ik beschouw dat als evidente zaken die je doet voor een collega in moeilijkheden, ook al deed ik dat soms op een zaterdag.

Ook mijn echtgenote deelt in de eer van mijn medaille, want doordat zij als huisvrouw het huishouden volledig voor haar rekening nam, kon ik mij meer concentreren op mijn job. Als ik ’s avonds thuiskwam, kon ik als het ware gewoon mijn voeten onder tafel schuiven.
Marc Lavrijsen en administrateur-generaal Kristan Vanderwaeren
Marc, wat doe je precies bij Controle 1 Antwerpen?

Ik heb er een breed pakket aan taken: shiftplanningen opmaken, personeelszaken regelen, dossiers behandelen en opvolgen, … Het voordeel van 44 jaar dienst is dat je ondertussen veel mensen kent met wie je kunt overleggen en bij wie je te rade kunt gaan, wat vaak snel oplossingen oplevert.

Op de Controle zijn we met 2 personen die afwisselend telewerk kunnen doen. We houden eraan dat minstens een van beide fysiek aanwezig is op het werk.
Marc, duivel-doet-al
Ook dit jaar ontvingen twaalf douaniers op de Internationale Douanedag een medaille voor bijzondere verdiensten. Eén van hen is Marc Lavrijsen van Controle 1 Antwerpen. Volgens zijn collega’s is hij een duivel-doet-al, maar vooral een bijzonder hulpvaardige en altijd goed gezinde werkmakker. Hij is er de vraagbaak voor alle soorten personeelskwesties en de syndicus van dienst. Den al, zoals ze in Antwerpen zeggen. We maken met veel plezier kennis met Marc.
Binnenkort ga je met pensioen. Hoe leef je daar naartoe?

Ik ben een jaar langer gebleven, maar nu is het toch genoeg geweest. Mijn collega’s zouden een petitie willen starten om me te overtuigen langer te blijven, maar volgens mij starten dan ook mijn kleinkinderen zo’n petitie. En van hen volstaat een enkele handtekening (lacht).
Na mijn pensioen kan ik eindelijk meer dingen doen met en voor mijn kleinkinderen, zoals hen afhalen aan school. Daar kijk ik wel naar uit.

Ik probeer de overdracht van mijn taken naar Alexsandro zo volledig mogelijk te doen en hem zoveel mogelijk van mijn contacten binnen onze administratie mee te geven.
Administrateur-generaal Kristian Vanderwaeren, Minister van Financiën Vincent van Peteghem, Marc Lavrijsen, secretaris-generaal van de WDO Kunio Mikuriya en directeur-generaal van TAXUD Gerassimos Thomas
Is er nog iets dat je je collega’s graag wilt meegeven?

Ik heb 44 jaar genoten van mijn werk. Als je respect voor een ander toont, krijg je dat respect ook vaak terug. En dat is mooi, want we zijn tenslotte allemaal hier met hetzelfde doel: onze boterham verdienen. Ik wil dan ook graag iedereen waar ik ooit mee heb samengewerkt van harte bedanken.


Zo vertelde ik dat we met krijt een kruisje zetten op de spullen die we gecontroleerd hadden. Eén van de kinderen had een ingeving en vertelde: “Als ik nu bij het inladen van mijn koffer op voorhand al een kruisje zet op al mijn spullen, kunnen jullie mij niet meer controleren”. Toen ik hem vertelde dat we elke dag een andere kleur krijt gebruiken en vroeg hoe hij dan kon weten welke kleur we de dag van zijn vertrek zouden gebruiken, moest hij toegeven dat zijn plannetje misschien toch niet zo goed zou werken.

Tijdens de rondleidingen kreeg ik ook vaak de opmerking dat namaak toch niet zo erg kon zijn. Ik haalde dan altijd het verhaal van de strip boven: “Stel dat jij een strip gaat tekenen en daar urenlang aan zit te werken. Eindelijk is hij af en je kunt hem op de speelplaats verkopen. Wat als jouw vriendje dan je strip kopieert en voor de helft van de prijs verkoopt?” De kinderen antwoordden altijd hetzelfde: “Maar dat is helemaal niet eerlijk!”. En zo kwamen we tot de conclusie dat namaak helemaal niet eerlijk is, zelfs niet voor grote producenten.
24.02.2022   •   Tekst: Hans Berckmans   •   Foto's Marc: Stéphane Biebuyck, FOD Financiën - Foto koffer: Emanuela Picone, Unsplash.com - Achtergrond: Ian Schneider, Unsplash.com
“Namaak is toch niet zo erg?”

Ik haalde enorm veel voldoening uit het rondleiden van klassen uit de lagere school in het Douanemuseum, toen nog op Kattendijkdok. Die kinderen waren altijd oprecht geïnteresseerd in de douane en gefascineerd door onze verhalen en anekdotes.

We startten de rondleidingen destijds bij de uniformen en passeerden langs de maquette van het douanekantoor Essen om zo bij de koffer met smokkelwaar te komen. In die koffer zaten een aantal spullen waarvan de kinderen moesten uitmaken of het smokkelwaar was. Een slipje: geen smokkel. Een pakje sigaretten: zeker smokkelwaar! En daar moest je toch wel alert zijn voor bijdehandse kinderen.
Lees onderaan verder...