Lambert Molitor
een Belgische Administrateur-Generaal voor de Perzische Douaneadministratie1
° Erezée, 14 oktober 1875;  + Brussel, 4 juli 1959
Het is voor de huidige douanier bijna een evidentie dat zijn/haar administratie betrokken is bij buitenlandse missies waarbij kennis en ervaring worden uitgewisseld met buitenlandse zusteradministraties. Minder bekend is dat leden van onze administratie al in het begin van de 20e eeuw dergelijke "Technische Bijstand" uitdroegen naar gebieden die sterk tot de verbeelding spraken maar die als werkterrein niet zomaar voor de hand lagen.
Vervolgens werd hij verantwoordelijke voor de douane in het noorden, in Tauris (Tabriz, Turks-Iraanse regio 192aan de grens met Azerbeidzjan, in die periode binnen het Russische keizerrijk (1913-1918)). Daar werd hij ook belast met de strijd tegen de hongersnood die was uitgebroken op het eind van de Eerste Wereldoorlog. Hij slaagde erin een einde te maken aan de speculatie op de voedingsmiddelen en de bedeling van etenswaren te organiseren. Hij werd teruggeroepen naar Teheran wanneer de hoofdstad ook werd geconfronteerd met dergelijke voedseltekorten. In de loop van deze periode overleefde Molitor ook aan een cholera-aanval.

In februari 1921 had een staatsgreep plaats waarbij Réza Khan zich op de troon van Perzië zette. Het was in die troebele tijden dat Lambert Molitor benoemd werd als administrateur-generaal van de Perzische Douane.

In die functie nam hij ook deel aan de economische- en douaneconferentie van Genève in mei 1927 in het kader van de Volkenbond en werkte mee aan de opstelling van een commentaar op de douanereglementen, een soort vademecum bestemd voor alle Perzische ambtenaren.

Hij bekleedde deze taak tot 1928, waarna hij naar België terugkeerde. De Perzische regering wou hem een nieuw contract aanbieden, maar hij weigerde.
Belgische (met zwarte 'fez') en Perzische ambtenaren in 1913.
In het midden (met lichtere kledij) de Perzische minister van Financiën.
Aan het onderzoeksteam van De Schakel ontsnapt weinig van de realisaties van Belgische douaniers in binnen- en buitenland. Zo ook gingen de Perzische avonturen van de ongeveer 200 Belgen die tussen 1898 en 1935 op missie in Perzië niet onopgemerkt voorbij. In De Schakel van maart 1988 verscheen een artikel over Jozef Naus die het bracht tot minister van Douane en Posterijen in Perzië tussen oktober 1902 en juni 1907. Hij was echter niet de enige die zijn stempel op de reorganisatie van de Perzische administratie drukte.

Lambert Molitor was één van de Belgische ambtenaren die in Perzië leefde en werkte tussen 1902 tot 1928. Vertrokken als verificateur in de haven van Antwerpen bouwde hij daar een carrière uit die hem toeliet uiteindelijk administrateur-generaal van de Perzische Douane te worden. Bij zijn terugkeer in België werd hij, voor bewezen diensten, benoemd tot gewoon bureauchef bij een kantoor van het Kadaster....

De Belgische hulp werd ingeroepen door de Sjah om de administraties van de douane, de posterijen en de financiën te reorganiseren en te moderniseren. Deze modernisatie had voornamelijk als doel de inkomsten van de Perzische staat te verhogen om de huizenhoge schuld van het land aan Groot-Britanië en Rusland af te betalen. In die periode hadden de publieke administratieve diensten van ons land een zeer goede reputatie. Een andere reden was ook dat Perzië niet veel te vrezen had van de politieke invloed van een klein land als het onze.

De Belgen hadden het statuut van Perzische ambtenaar. Daardoor waren ze autonoom t.o.v. de Belgische administratie, dienden ze wel trouw te zijn aan de Perzische regering en hadden ze autoriteit over de burgers van dit land.

Bij zijn aankomst werd Lambert Molitor benoemd in Bushehr (Bouchir) aan de Perzische Golf, met als missie een nieuwe aanpak voor het douanewerk te introduceren over de hele sector van de golf (van 1902 tot 1904). Dit held vnl. in de verschillende sjeiks en de lokale stamhoofden ervan te overtuigen aan hun individuele belangen te verzaken en het nieuwe gecentraliseerde systeem, gestuurd vanuit Teheran, te aanvaarden. Dergelijke missie kon zeker niet gemakkelijk zijn....

Vervolgens werd hij gemuteerd naar Sistan, aan de huidige grens met Afghanistan (van 1904 tot 1906). Niet alleen werd hier van hem verwacht dat hij de douanediensten organiseerde, maar ook dat hij de grens tussen Perzië en Brits-Indië (waartoe Afghanistan behoorde) duidelijk afbakende. Het hoeft geen commentaar dat hij hier blijk diende te geven van grote diplomatieke finesse om te schipperen tussen de Britse, Russische en Perzische belangen in de regio. Verder diende hij niet alleen de veelvuldige smokkelroutes af te snijden, maar werd hij ook belast met het organiseren van de strijd tegen een uitbrekende pestepidemie.

Tussen 1906 en 1908 beleefde Lambert Molitor een voor het land zeer woelige politieke periode tijdens zijn tewerkstelling aan de Centrale Administratie in Teheran. Zo maakte hij daar een grondwettelijke revolutie mee de oprichting van het eerste Parlement en de staatsgreep van Mohamad Shah (ondersteund door de Russen), enz.

In juli 1908 wordt hij benoemd tot directeur van de Douane in Kermanshah, in Kurdistan, op de weg naar Bagdad (1908 tot 1913). Daar werd hij geconfronteerd met de opstand van de neef van de Sjah, Salar Ed Dowleh. Bij elke ongeregeldheid van die aard werden systematisch de douanekantoren geviseerd. Het eerste doel van de rebellen of de opstandelingen was zich meester maken van de ontvangsten van de douanerechten die daar werden geïnd. Lambert Molitor heeft geregeld sterk moeten onderhandelen om de integriteit van de douanediensten te vrijwaren en te ontsnappen aan dreigementen of aanvallen.
Lambert Molitor in Téhéran, in 1907©
Tijdens een verlof in België in 1910 huwde Lambert Molitor met Elisabeth Delwaide, die hem heeft gevolgd naar Perzië. Hij kreeg 2 kinderen, André Molitor2 (°Kermanshah 4 augustus 1911,+Bruxelles 4 juni 2005) en Thérèse Molitor (1915 - 1998).

Lambert Molitor is overleden in 1959.


Tekst: Guy Ghys

1 De la Perse à l'Iran, l'aventure des Molitor, Lambert Molitor, Elyts, 2018, 255blz.
Artikel in Le Vif/L'Express van 11/10/2018 door François Janne d'Othée, journalist

2 In 1961 wordt André Molitor kabinetschef van Koning Boudewijn. Hij nam deze functie waar tot aan zijn pensionering in 1977. Vervolgens (tussen 1977 en 1986) had hij de leiding over de Koning Boudewijnstichting, opgericht in 1976.