Neerpelt
Poperinge
Wuustwezel
Napoleon Bonaparte

 

Aan de grenzen van ons land staan verschillende rijtjes douanewoningen die door de Staat verhuurd werden - en worden - aan douaniers. Hoe kwamen ze op het idee, voor wie juist werden ze gebouwd, moest er huur betaald worden, welke waren de verplichtingen?

Nu we met ons allen vanwege het coronavirus 'IN ONS KOT' moeten blijven, dachten we dat het misschien interessant zou zijn om eens stil te staan bij de douanewoningen.

douanewoningen

Napoleons idee

 

Blijkbaar was het Napoleon die op het idee kwam om douaniers te huisvesten. Hij verplichtte de burgemeesters om voor zijn militaire troepen onderdak te voorzien en onze toenmalige collega’s maakten daar deel van uit. (1)

Nu bleek echter dat dit bevel op veel weerstand stootte, want de burgers woonden in die tijd zelf veel te klein om nog extra mensen in huis te kunnen nemen.

 

Dus de Staat zag zich genoodzaakt om dan zelf maar woningen te bouwen. In een dienstbrief van 17 maart 1897 betreffende het ‘Logement voor de douaniers in actieve dienst aan de grens’ schreef minister de Smet de Naeyer aan de directeurs van de douane:

 

 ‘... dat het gebrek aan goede en voldoende woningen voor het lager toezichtspersoneel, een goede dienstorganisatie aan de grenzen belemmerde.’ 

 

Hij vroeg de bevoegde beambten (Provinciaal Inspecteur en Controleur) opdracht te geven deze zaak te onderzoeken en eventueel contact op te nemen met de bouwmaatschappijen in hun streek om nieuwe huizen op te trekken (2). Hierop werd ingegaan en langzaam – onderbroken door de twee wereldoorlogen – rezen verschillende douanewoningen op aan de grenzen van ons land in de buurt van douanekantoren.

 

 

 

 

Ze waren bestemd voor de douaniers in actieve dienst, meer bepaald het lager toezichtspersoneel zoals brigadiers, onderbrigadiers en aangestelden van de velddienst. Dat had meerdere redenen. In die tijd konden de collega’s over het hele land ingezet worden, afhankelijk van de hoeveelheid werk dat er zich aandiende. Denk daarbij aan de bestrijding van smokkel. Voor velen was het gewoon onmogelijk om dagelijks terug naar huis te keren.

 

Er werd ook gedacht aan het leidinggevend personeel zoals de ontvangers en hulpontvangers van de douanekantoren. Ook zij werden verplicht in een huis te wonen dat hen ter beschikking werd gesteld.(3)

Collega Mathieu Devinck schreef aan de Schakelredactie:

“Ik ben in 1948 en 1949 verplicht op logement geweest, hoewel ik slechts 13 km van mijn standplaats woonde. Het was immers niet evident om heen en weer naar huis te pendelen met tweemaal per dag 4 uren dienst (4u dag- en 4u nachtdienst) en dat 6 dagen per week. We moesten ook 3 zondagen op 4 werken en dan kregen we een vrije dag. Maar dan moesten we wel melden dat we naar huis gingen, want ook tijdens onze vrije dagen moesten we ter beschikking blijven. Per jaar hadden we 8 dagen verlof en enkel tijdens die dagen waren we vrijgesteld van dienstkledij…”
(5)
Collega Mathieu vertelde dan weer aan de collega’s van de Antwerpse personeelskring D.A.P.F.(4) : "Het douanekantoor van de Kempe - Bocholt (Limburg) en de aanpalende woning van de ontvanger werden gehuurd door de Staat van een caféhouder, maar de ontvanger wilde niet verhuizen naar die woning en ging liever op logement in zijn nieuwe standplaats. Daarmee werd ingestemd, maar de ontvanger moest wel de huishuur van de woning betalen."

Voor het lager toezichtspersoneel

 



Uiteraard werden deze douanewoningen niet gratis ter beschikking gesteld. In 1923 bedroeg enkel de huishuur voor het lager toezichtspersoneel 10% van de wedde van de bewoners.

Collega M. Devinck vervolgde zijn verhaal:

"De ontvanger vroeg mij of ik het huis niet wilde betrekken. Dat kon geregeld worden. Toen was het nog regel dat de huur berekend werd volgens een bepaald percentage van de wedde. Ik verdiende toen 2.800 frank (69,41 euro) per maand en moest voor die periode een huur betalen van 237,5 frank (58,87 euro)."
De huurprijs
Er was niet één bepaald type van woning. De administratie hield rekening met de eigenheid van de streek en daardoor verschillen de woningen van vorm omdat er verschillende materialen werden gebruikt, maar ook afhankelijk van de periode waarin ze werden gebouwd.

Verschillende types woningen

afbeelding: Wikilmages

Napoleon Bonaparte

 

Een oud-collega beschreef zijn woning te Brecht, gebouwd in 1920, als volgt: "Via de voordeur kwam men in de hal met draaitrap. Onder deze trap bevond zich de kelderdeur en halverwege de trap rechts was een opkamertje (mansarde).
Boven waren twee ruime slaapkamers. Via de hal kwam men in de voorste woonkamer. Daarachter lag het 'pomphuis' met wasbak uit imitatie-grafiet en een waterpomp. Ernaast had je een smalle bergplaats. De achterdeur leidde naar een koertje. Daar vond men het toilet en een bergplaats voor fietsen. Het toilet moest je doorspoelen met water uit een emmer. Er was ook geen badkamer. Men verwarmde het huis met een kolenkachel, maar gezien de constructie van de woning viel dat niet duur uit. Aan de achterkant was een tuintje van ongeveer 12 x 20 m. Het waren naar mijn mening vooruitstrevende, mooie woningen, heel wat netter dan de gevel- en rijhuisjes uit die tijd."
Dit is een foto van een woning uit een rij van woningen in de Sellekaertstraat te Neerpelt. In een van de woningen bevond zich de zetel van de Controle met daarin de Controle zelf, de Motorbrigade, de Luitenantschappen en de Sectie van de Accijnzen in ondergebracht.

Net zoals van een andere huurder verwacht wordt, moesten de douaniers die een douanewoning betrokken ervoor zorgen als 'een goede huisvader'.

De verplichtingen werden opgesomd in het Burgerlijk Wetboek zoals daar zijn: onderhoud van elektrische installaties, afvoerleidingen … tuin, hagen en snoeien van bomen enz. Grappig is bijvoorbeeld wel dat er gevraagd werd om de bepleistering van de muren te herstellen, maar enkel tot op één meter hoogte.

 

De buitenkant van de woning was voor rekening van de Staat in hoofde van ‘Openbare Werken’ of de controleur-econoom van D&A. Die econoom werd ook verplicht de onderhoudstoestand van de douanewoningen die aan zijn toezicht werden onderworpen, te controleren.

 

Wanneer de bewoner herstellingen wilde laten uitvoeren of wanneer er van huurder gewisseld werd, ging er altijd een schouwing aan vooraf.

 

Collega Paul Trost uit Lommersweiler in 1998 (Oostkantons): "Eerst moet ik zeggen dat voor en na de Tweede Wereldoorlog deze woningen in vergelijking met andere huizen in de streek modern, praktisch en alvast goedkoop waren. Aan de andere kant hadden deze woningen tot 1971 geen badkamer, geen toilet met waterspoeling en nog veel minder een centrale verwarming." (5)

Collega René Verstraete uit Abele (West-Vlaanderen) in 1998: "Wij wonen nu 17 jaar in een douanewoning in Abele. Daar zijn acht huizen aaneengeplakt in een rij. Een soort kazerne. Het tuintje achter de woningen huren we er apart bij. De huur van de douanewoningen bedraagt 3.333 frank (82,62 euro). Een rond, ludiek getal. Tenminste voor de douaniers die nog in actieve dienst zijn. Een gepensioneerde ambtenaar betaalt meer dan het dubbele." (5)

Anonieme getuige uit de Antwerpse Kempen in 1998 : "Ik herinner me douanewoningen te Wuustwezel, Loenhout, Brecht, Hoogstraten, Meer, Wortel, Welde, Poppel, Arendonk en Baarle-Hertog. Voor het bekomen van een douanewoning gold, bij meerdere kandidaturen, de anciënniteit. De controleur maakte bij het wisselen van huurders een proces-verbaal van overgave te tekenen door de vertrekkende douanier en een pv van overname dat getekend werd door de douanier die erin trok."

Paul Goetstouwers uit Wuustwezel (Antwerpen): “Samen met mijn gezin woon ik nog steeds (2020) in een douanewoning. Zij worden nu beheerd door de Regie der Gebouwen. De huizen die leeg komen te staan, worden openbaar verkocht aan de geïnteresseerde die het hoogste biedt. Men maakt geen onderscheid tussen een douanier of een derde. Dat boezemt me wel wat angst in. Ik zou het huis wel willen kopen om er naar eigen goeddunken verfraaiingswerken of herstellingen in uit te voeren. Maar, dat is natuurlijk een risico! Ik ben het huis wel kwijt, als iemand een hoger bod dan het mijne uitbrengt…”
Het onderhoud van de woningen

Getuigenissen van collega's

Antwerpen - Wuustwezel

West-Vlaanderen - Poperinge

Limburg

Lommersweiler aan Duitse grens

Dit is een voormalige douanekazerne in Gouvy - Sankt Vith. Ze dateert van voor WO I en voor de aanhechting van de Oostkantons.

Deze 4-tal douanewoningen stonden bij het voormalig station Abele. En het station zou dateren uit 1870.


VOETNOTEN
(1) museumnieuws nr. 32 logement in 1868
(2) Affaires générales, nr. 37081, Bruxelles 17.3.1897. ‘Logement des agents inferieurs des services actifs des douane à la frontière.’
(3) De instructie ‘Douanewoningen’ van 10 mei 1950
(4) Herfstfestijn: Maandtijdschrift van D.A.P.F. Vriendenkring Gepensioneerden Financiën Antwerpen – juli/aug. 12ste jaargang nr.7 september 2000 – D.A.P.F. heet nu FINANT
(5) De Schakel, november 1998, ‘Het huis waarin zij woonden’ pg 14-15 
Misschien zijn er nog collega’s die net als Paul nog een douanewoning bewonen. Wij zouden het waarderen als zij zich kenbaar moesten willen maken.
Stuur gerust een e-mailtje naar anne.vanpuymbroeck@minfin.fed.be

Tekst: AVP
Foto’s: Archief De Schakel
Napoleon Bonaparte: Pixabay.com
Lommersweiler
Gouvy
Abele