Een DOUANELEVEN
UIT DE TWEEDE HELFT VAN DE TWINTIGSTE EEUW
59. VOLKSREPUBLIEK CHINA 12 - EERST BANGKOK DAN NAAR HUIS
 

 

 

 

Foto boven: "Bangkok" - Sasin Tipchai via Pixabay

Foto midden: "Bangkok boot" - Takeshi Hirano via Pixabay

Foto onder: "Buddhist" - Sasin Tipchai via Pixabay

 

 

 

Nu ik toch aan het andere einde van de wereld zit, lijkt het mij geen goed idee om in één trek terug naar huis te vliegen. Voor mijn vertrek was ik daarom te rade gegaan bij ervaren "verre-oosten-reizigers" en had bij hen gepolst naar de plaats(en) die ik op mijn terugweg best kon aandoen. Sommigen opperden Singapore, andere hadden het voor Hongkong maar de meesten meenden dat Bangkok de interessantste tussenstop zou kunnen zijn. Op mijn terugreis uit Peking wilde ik dus enkele dagen halt houden in Bangkok. Ik zie je nu, beste lezer(es), zitten monkelen maar de reden van mijn keuze is niet wat je nu zit te denken en ... moest dat toch het geval zijn dan zou ik nog schrijven dat het niet zo was.

Het had nogal wat voeten in de aarde voor ik er in Peking in slaagde mijn vliegticket zodanig te veranderen dat ik niet rechtstreeks vanuit Peking naar Brussel moest vliegen. Na bezoeken aan Lufthansa en andere bekende vliegtuigmaatschappijen, kwam ik uiteindelijk bij de Chinese luchtvaartmaatschappij ‘CAAC4 terecht. Volgens de Chinezen wil dit zeggen: "Chinese Airways Always Cancelled". Het eerste probleem was dat ik een ticket "business-class" had, terwijl men bij ‘CAAC’ voor de vlucht van Peking naar Bangkok die keuze niet kan maken. Ik maakte ze duidelijk dat dit voor mij niets uitmaakte en konden ze dus beginnen rekenen. Er kwam zeker een man of drie, vier aan te pas over een periode van een paar uur. Uiteindelijk werd beslist dat ik van Peking naar Bangkok in "economy-class" moest vliegen, maar dat ik dan niets moest bijbetalen voor de vluchtwijziging. Ik had het zelf niet beter kunnen bedenken en met deze oplossing ging ik natuurlijk direct akkoord.

 

Tussen Peking en Bangkok werd een tussenstop gemaakt in het oude Kanton dat men nu Guangzhou heeft gedoopt. We moesten het vliegtuig uit en voor een uurtje in de transitzone wachten. Aangezien hier niet veel te beleven was, poogde ik dan maar een praatje te maken. Ik sprak een lang bleekgezicht aan en ontdekte na de eerste kennismaking - met "Where are you from ?" weet je wel - dat ik een Hollander aan de haak geslagen had. Nou ja, hij reisde ook naar Bangkok en, jazeker, hij was daar al menig keer geweest. Ik vroeg hem dus meteen uit waar ik het beste en goedkoopste hotel voor enkele dagen kon reserveren. Spreekt vanzelf dat ik aan het juiste adres was voor die informatie. Vriendelijk kerel trouwens. Ook op mijn vraag naar nog wat goede raad wist hij mij nuttige tips te geven zoals: "Rijd niet met een goedkope taxi want die zijn niet verzekerd" en vooral "Doe of koop nooit iets in Bangkok zonder vooraf de prijs af te spreken."

 

Op de Thaise luchthaven wilde ik een gedeelte van mijn omvangrijke bagage achterlaten omdat ik natuurlijk niet alles nodig had voor mijn paar dagen verblijf in Bangkok. Ik dacht dat er wel een soort transit-ruimte zou aanwezig zijn. Wie kon mij daar beter over informeren dan mijn collega-douanier aan de check-out? Tegen mijn principes in, maar gezien het technische van het probleem, stelde ik me aan de man in kwestie voor en vertelde hem dat ik ook douanier was en dat ik hoopte dat hij me kon helpen om mijn twee resterende valiezen in transit op te slaan tot de dag van mijn definitieve vertrek.. Hij keek mij echter aan met een vernietigende blik. Had hij me maar half begrepen of had hij al eens last gehad met de Belgische douane? In ieder geval beduidde hij mij met niet mis te verstane gebaren dat ik ieder van mijn elke koffer moest openmaken. Aangezien ik me geen problemen op de hals wilde halen met een douanier, opende ik die koffers dan maar zonder mopperen en sleurde nadien mijn volledige bagage mee. Volgens mij hadden ze daar een dringend gebrek aan douane-opleiding.

In de luchthaven zelf vond ik wel snel een hotelkamer met de nodige kwaliteit tegen een aangename prijs. De eerste indruk van het hotelletje was inderdaad positief. Later ondervond ik wel dat alles in orde was met dit hotelletje als je het niet erg vond dat je er kakkerlakken hoorde wegtrippelen als je 's nacht het licht aanstak in de badkamer.

 

In de laatste dagen van mijn verblijf in Peking had ik een probleem met mijn fototoestel dat geblokkeerd was. Gelukkig kon ik dank zij wat kunst-en-vliegwerk het laatste filmrolletje redden maar van foto's nemen kon niets meer in huis komen. Wel jammer, daarom stapte ik een fotoshop binnen die zich in de hal van het hotel bevond met de vraag of ik daar misschien voor een paar dagen een fototoestel kon huren. Het juffrouwtje achter de toog had duidelijk spijt dat ze aan mij niets kon verdienen. Vanachter een krant die een man in de hoek van het winkeltje zat te lezen, klonk echter wel een positieve noot op mijn vraag. Het advies van den Hollander op de luchthaven van Guangzhou indachtig, direct aan mijn Hollander vroeg ik meteen wat die uitlening voor drie dagen zou moeten kosten. Voor tweehonderd bath (één bath is ongeveer 0.04 euro) gooiden we het op een akkoordje. Hij zou de volgende morgen het toestelletje meebrengen. "Maar, by the way," vervolgde de man met de krant "ik ben een taxidriver met een standplaats bij dit hotel en dus kan ik je misschien nog meer van dienst zijn. Wat zou je denken van een dagtrip per taxi rond Bangkok met bezoek aan de mooiste bezienswaardigheden?" Aangezien ik er slechts een paar dagen zou zijn, had ik de tijd niet om alles zelf uit te pluizen en was ik dus wel in zijn voorstel geïnteresseerd. Daarom antwoordde ik hem met: "Wat moet dat kosten?" Op zijn 700 bath-voorstel antwoordde ik snel: "Als in die prijs de huur van je fototoestel inbegrepen is, dan is het een deal.”

De dag erna, was het zondag en dus de dag van onze rondrit. Mijn chauffeur stond op het afgesproken uur paraat. Hij kwam me met een "big smile" tegemoet en beloofde me een fantastische dag. "By the way," zei hij "je hebt er toch geen bezwaar tegen dat ik mijn zuster meegebracht heb? Ze zit anders de zondag ook maar alleen thuis en aangezien ze beter Engels spreekt dan mij, kan ze jouw gids zijn." Ik wist eigenlijk niet goed wat gezegd en overwoog al om den Hollander zijn raad op te volgen en meteen te vragen wat dat moet kosten maar toen ik de dame in kwestie zag, was ik gerust. Zij was een veertiger en helemaal niet het type dat "masseert". Ze dreef de kosten wel enigszins op door samen met mij de olifanten-, slangen- en krokodillenshows af te lopen maar ze was dan weer een onbetaalbare gids bij pagodes en in de "Rose garden" met zijn prachtige wilde orchideeën. 's Middags aten we voor een appel en een ei de plaatselijke kost in een groezelig restaurantje in een onooglijk dorpje. Prettig om zo eens één keer mee te maken. Tot slot van de mooie dag woonden we een folkloristische voorstelling op niveau bij. Als we afscheid namen, informeerde mijn chauffeur toch nog eens of er de volgende morgen soms geen massage moest zijn. Ik hield de boot af en vertelde hem dat ik het centrum van Bangkok wilde verkennen met zijn tempels en andere bezienswaardigheden. Ik sloeg zijn aanbod af dit met de taxi te doen maar beloofde op dinsdag van zijn diensten gebruik te zullen maken.

 

 

Deze transactie was nog maar net afgesloten en mijn vriend-chauffeur had al een nieuw voorstel: "Massage, sir?" Ondanks mijn krachtige "nee" liet hij zich toch niet zomaar afschepen. Terwijl hij met de ogen en de handen draaide, liet hij mij weten dat de meisjes van Bangkok mooi en kerngezond zijn. Ik bleef bij mijn antwoord en zijn laatste repliek was: "OK, my friend, maar ik raad je aan niets te ondernemen zonder mij. Morgen is het zondag en gaan we dus onze toer rond Bangkok maken.”

 

Aangezien ik nog een paar uur had voor het avondmaal, besloot ik een bezoek te brengen aan de resten van een beroemde toren met een mooie historische klok en mijn toeristische gids gaf aan dat ik van daaruit een mooi uitzicht op Bangkok zou krijgen. Na een flinke klim, beantwoordde het panorama grotendeels aan de verwachtingen. Boven op de toren ontmoette ik een jonge man die mij aansprak en mij een aantal wetenswaardigheden vertelde over hetgeen te bezichtigen viel. Hij was niet opdringerig, vroeg geen geld en leek mij zeer sympathiek. Hij vertelde me dat hij ooit monnik was. Op mijn verbaasde blik repliceerde hij dat dit in Thailand niet buitengewoon was omdat daar over het algemeen in iedere gezin een zoon voor enkele jaren (rond zijn twintigste) de oranje monnikspij van het boeddhisme aantrok. "By the way," vroeg hij "ben jij geïnteresseerd in muziek?” "Vanavond is er een interessant concert. Heb je geen zin om daar samen met mij naartoe te gaan ?" Het sprak mij wel aan en dat ik waarschijnlijk voor de kosten van zijn ticket zou moeten instaan, leek mij niet erg. "O.K.” antwoordde ik “laten we afspreken in de lobby van mijn hotel. Hoe laat ?" Dat wilde hij echter niet en hij drong erop aan mij aan het operagebouw te ontmoeten. Dit zinde mij dan weer niet en ik ging intuïtief niet verder op zijn aanbod in.

Die maandagmorgen stond ik met open mond te kijken naar de kleurige tempels van Bangkok. De zon schitterde in de met gekleurde glasstukjes afgezette, sierlijke daken van de tempels en tempeltjes. Ik stond in bewondering voor de "esmeralden" boeddha en genoot van de kleurrijke, mansgrote, koperen fantasten die de tempels omringen. Rond halfvijf keerde ik langs de boorden van Chinatown naar mijn hotel terug. Plots sprak mij een jonge gast aan van naar schatting een jaar of zeventien: "Excuse me sir". Ik ontwaakte eigenlijk een beetje uit mijn culturele dromerij toen hij verder ging met: "ik ben een student in de Engelse taal en houd ervan mijn Engels een beetje bij te houden. Staat u mij toe?". “Zo een vriendelijk baasje kan men een gesprek toch niet weigeren,” dacht ik. Op zijn vraag waar ik vandaan kwam, antwoordde ik dat ik de beroemde tempels van Bangkok bezocht. "Hoewel ik boeddhist ben" zei hij dan weer "kom ik daar nooit want daar moet je betalen om binnen te gaan en dat wil ik niet." "Maar" vervolgde hij "het treft dat ik ook op weg ben naar mijn bidplaats: de teaken tempel. Dat is een tempel waar de mensen nog komen voor hun geloof. Heb jij geen zin om mee te gaan?" Ik keek op mijn klok en stelde vast dat ik nog zeker enkele uren had alvorens ik moest gaan avondeten. "Why not ?" was dus mijn bevestiging. We gingen een paar straten door en kwamen aan een rivier waar een soort prauwen op vaarden, aangedreven door luidruchtige buitenboordmotoren. Eén van die boten legde aan en mijn "vriend" stapte in. Het leek mij wel de Sint-Annekensboot van Antwerpen maar veel kleiner en met geen enkele passagier aan boord. Het tochtje was de moeite waard want je zag de wereldstad Bangkok vanuit een ander gezichtspunt. We kwamen langs de miserabele hutjes van de armste inwoners aan de rivierboorden. Je zag kinderen die zich wasten en stoeien in water dat er zo vuil uitzag dat je eraan zou twijfelen of je het wel zou overleven, moest je overboord slaan. Na een tiental minuten varen, legde het bootje aan.

 

Wij gingen recht op de tempel af. Mijn begeleider wist me op een zeer interessante manier uit te leggen hoe het ritueel van de boeddhisten in hun tempel verloopt. Hij leerde me ook hoe ik een vierkante centimeter bladgoud, dat hij in een boekje had aangekocht, op mijn duim moest plaatsen en hoe dit tegen het beeld van de boeddha aan moest drukken op de plaats waar ik het gemakkelijkste pijn had. De boeddha zou er dan voor zorgen dat ik van mijn kwaal afraak. Even later kieperde ik een halve pollepel gewijd water over mijn ongewijd hoofd en daarna genoten we van de reuk van de geofferde wierookstokjes en de gezangen van de monniken. Ik ben nog altijd heel tevreden dat ik deze ervaring mocht meemaken.

Op de terugweg naar de boot stelde ik voor nog iets te gaan drinken en mijn Thaise vriend was ook wel te vinden om een paar biertjes te nuttigen. Ondertussen vertelde hij mij allerlei wetenswaardigheden omtrent het Thaise leven en tracht zelfs mij aan de hand van een spoedcursus de Thaise taal aan te leren. Rond zeven uur namen we opnieuw de boot.

Toen we instapten dacht ik bij mezelf dat het toch ook wel een toeval moet zijn dat we dezelfde schipper en dus dezelfde boot hadden. Aan het einde van de rit kwam echter de aap uit de mouw. De schipper legde niet meteen aan maar verzocht mij eerst de rit te betalen. Daar had ik eigenlijk niet op gerekend want ik dacht dat we het openbaar vervoer gebruikt hadden. "Maar ja" denk je dan "op die paar franken zal het ook niet aankomen." Tot je een prijs van 700 bath hoort noemen. Ik probeerde hem nog duidelijk te maken dat ik niet gevraagd heb om zijn boot te kopen maar hij verroerde van geen vin. Wel beweerde hij dat ik zijn boot voor enkele uren gehuurd had. Zonder contract weliswaar, maar toch. Mijn Thaise gids gaf een ontredderde indruk en merkte op dat hij niet voldoende geld had om zijn deel te betalen. Ik toonde mij genereus en hield hem buiten schot. Zelf kon ik niet anders dan betalen. De schipper leek mij fysiek heel sterk en het water was zo bezoedeld dat ik een duik niet dacht te overleven. Betalen dan maar. Bij het afscheid verzekerde mijn Thaise "vriend" mij dat hij zou trachten mij de volgende morgen in mijn hotel op te zoeken om de helft van de som terug te geven. Wel, heb jij hem nog gezien? Neen? Ik ook niet.

 

Als ik 's anderdaags mijn wedervaren vertel aan mijn taxichauffeur grinnikte hij : "Dat kereltje heeft je mooi beetgenomen. Had jij niet in de gaten dat hij onder één hoedje speelde met die schipper? Ik heb het je toch gezegd dat je niet zonder mij mocht vertrekken, nietwaar?" Ik voelde mij een klein jong en beloofde het niet meer te zullen doen. "Massage" vroeg hij direct. Ik zeg "Neen, maar luister. Woensdagnacht, vlieg ik naar huis. In de loop van die dag moet ik nog enkele cadeautjes kopen. Ik zal je tonen wat ik nog over heb aan Thaise bath en, indien dat er volgens jouw nog genoeg zijn, mag jij mij Bangkok by night laten zien. Jij moet dan van dat geld alles betalen. Ik zal enkel bier drinken…"

 

Zo gezegd, zo gedaan. Samen stortten we ons nog in het Bangkokse nachtleven en dan was het hoog tijd om afscheid te nemen.

 

Die woensdagnacht nam ik glimlachend het vliegtuig richting Frankfurt en het feit dat ik moest bijbetalen wegens teveel bagage, kon mijn goed humeur niet verdringen, want mijn neus stond naar huis.

Dat was een prettig vooruitzicht na al die weken verblijf in het Verre Oosten zowel veraf in kilometers als wel in mentaliteit

 

 

Tekst: Antoine Van Ooteghem

N.v.d.r. Met deze laatste woorden van dhr. Van Ooteghem moeten wij jammer genoeg zijn reeks memoires afsluiten. De vele liefhebbers zullen zijn verhalen zeker koesteren. Het is immers een mooie herinnering aan een bevlogen douanier.