Een DOUANELEVEN
UIT DE TWEEDE HELFT VAN DE TWINTIGSTE EEUW
58. VOLKSREPUBLIEK CHINA 11 - HET BALLET VAN VLAANDEREN IN PEKING
 

Wordt vervolgd

Tekst: Antoine Van Ooteghem

 

Foto boven: Antoine Van Ooteghem

Foto midden: "Ballet" - Niki Dinov via Pixabay

Foto onder: "Chinees gebouw" - Free Photos via Pixabay

 

 

 

Een paar weken voor ik naar Beijing vertrok, kon ik in mijn lijfkrant lezen dat het "Ballet van Vlaanderen" een tournee zou gaan maken door China. Nu wilde het toch wel lukken dat ze rond de tijd dat ik in Beijing zou verblijven, zij daar ook gaan optreden. Eerst geloofde ik het niet want een paar dagen voordien had in diezelfde krant gestaan: "Vreemdelingen die voor het eerst China bezoeken, moeten een attest voorleggen waaruit blijkt dat ze geen drager zijn van het aidsvirus." Hoewel het een bericht bleek te zijn van de United Press International, leek het mij zo onwaarschijnlijk dat ik het bericht bij de Chinese ambassade natrok. Niets van waar natuurlijk. Het bericht over het ballet bleek echter wel correct en hoewel ik nu geen fervente ballet-freak ben, heb ik wel al een paar optredens bijgewoond en leren appreciëren.

 

Eén van de eerste dagen van mijn verblijf in Peking bracht ik dus mijn verlangen om één van de voorstellingen van het Ballet van Vlaanderen in Beijing te kunnen bijwonen, ter kennis van onze vriend Bai, mijn gezel in China. "Sorru,” mister Tuan “maar daar raak je nooit binnen", zei den Bai "In Beijing is bijna nooit iets speciaals te doen. Wanneer er dus een westers evenement is, dan zijn de kaarten binnen de kortste keren verdwenen. Aan wie? Dat weet een gewone man als ik natuurlijk niet." Ik beloofde hem dat ik die voorstelling zou bijwonen en toen hij mij ongelovig aankeek, verzekerde ik hem "dat hij mister Tuan nog niet goed kende."

Ik veronderstelde dat de kaarten voor een ballet of een dergelijke voorstelling wel bij de gevestigde instanties zouden terechtkomen en richtte dus mijn eerste pijlen op de Belgische ambassade in Peking. Ik belde naar de ambassade maar maakte meteen een tactische fout door mijn vraag in de taal van Molière te stellen. Wanneer iemand aan de andere kant van de lijn zei : "U kunt gerust Nederlands praten hoor " en ik daar bovendien een West-Vlaams accent meende te herkennen, voelde ik me eigenlijk een beetje idioot. Maar ja, een Vlaming die iets nodig heeft van een hogere instantie wil geen risico lopen en past zich aan, nietwaar? Soms en nogal dikwijls verkeerd, zie je wel. Enfin. “Ja, meneer weet van de balletvoorstelling en er zijn op de ambassade inderdaad kaarten geweest maar die hebben allemaal reeds hun bestemming gekregen. Verontschuldig me, maar we kunnen u niet helpen", vervolgde de stem. Daar stond ik dan, maar ik gaf de moed nog niet op.

 

Een reeks telefoontjes en een bezoek aan het Sheraton-hotel leverden niets op. Ondertussen naderde de datum van het evenement met rasse schreden. Ik begon al een beetje te twijfelen aan de goede afloop. Al wat ik tot dan wist, was dat het optreden zou doorgaan in het Tian Quiao theater. Ik besloot een taxi te nemen naar de andere kant van de stad en ter plaatse de zaak te gaan verkennen. Ik had "Tian Quiao" op een papiertje geschreven en toen ik dit aan de taxichauffeur toonde, knikte hij. Dat was toch al iets. Na een rit van een half uurtje zette hij mij af aan een grauw gebouw dat mij precies een cinema leek te zijn. Een multifunctioneel gebouw misschien? Er zaten loketten aan de buitenkant van het gebouw en daar schoven enkele Chinezen aan. Ik stelde mij op in de rij en na enkele minuten was het aan mij. Achter het loket trok men de ogen open want Engels was blijkbaar niet hun "cup of tea". We gingen dus over op gebarentaal en nadat ik daar voor het loket, aangegaapt door een dozijn Chinezen, met de armen boven het hoofd een paar danspasjes uitvoerde, viel zichtbaar hun Chinese frank - of yuan beter gezegd - en knikten ze begrijpend. Ze gebaarden dat dergelijke voorstellingen niet in hun theater doorgingen maar dat ik daarvoor een beetje verder moest zijn.

 

Zodra ik de hoek van de volgende straat omsloeg, zag ik inderdaad een theater verschanst achter een betonnen muur. Het ijzeren hek stond open en de deuren van het theater ook. Ik trok mijn stoute schoenen aan en ging er binnen. Een sober theater met een duizendtal plaatsen. Er liepen een paar mensen her en der rond. Niemand die mij iets vroeg. Nadat ik er zelf een paar aangesproken had, was er uiteindelijk toch iemand die zich in de taal van Shakespeare kon verstaanbaar maken. Hij maakte mij duidelijk dat er nog enkele kaarten waren en dat die de volgende morgen vanaf 9 uur zouden verkocht worden aan de loketten voor het theater. Ik moest onverrichterzake terug.

 

Bij het verlaten van het theater werd ik aangesproken door een viertal jonge gasten. Ze vroegen mij in het gebroken Engels of ik kaartjes wilde kopen voor het theater. Mijn hart klopte in mijn keel. "Eindelijk," juichte het in mij "heb ik de oplossing van mijn probleem gevonden." De ontgoocheling was des te groter wanneer bleek dat zij enkel kaarten hadden voor de voorstelling van die avond. Een Amerikaanse musical, "Musicman", of zo iets. Mij totaal onbekend. Kaartjes voor het ballet van zaterdag hadden ze nog niet maar daar kon wel voor gezorgd worden. Wait and see.

's Avonds in mijn Chinees, grenenhouten eenpersoonsbed dacht ik terug aan het sprookje - want zo mocht je deze avond toch wel noemen - dat ik had meegemaakt. Hoe is het toch mogelijk geweest dat ik aan dat kaartje geraakt ben? De meest prozaïsche uitleg is wellicht dat ik op een vertegenwoordiger van een officiële instantie (Cultuur ?) gevallen ben die één of meer prominenten verwachtte die niet naar de voorstelling waren gekomen. De plaats die ik innam, was misschien wel bestemd voor Deng Tsjao Peng zodat ik voor eenmaal de plaats heb mogen innemen van de sterke man van de Peoples Republic of China.

 

Die nacht heb ik zalig geslapen en .... gedroomd dat ik de grote man was van China. Het land zag er veel mooier uit dan in werkelijkheid. Koning Boudewijn van België kwam bij mij op bezoek en samen speelden we schaak met levende schaakstukken, midden op het Tienanmenplein. Politieagenten dansten over straat, grootwarenhuizen lagen vol met de lekkerste en mooiste dingen. De kassiersters waren kleurrijk uitgedost, zongen prachtige melodieën en dansten sierlijk van de ene afdeling naar de andere. Iedereen lachte en scheen zich kostelijk te amuseren in dit echte "Land van de Glimlach”

De volgende morgen, belde ik eerst naar het theater alvorens ik 300 Belgische frank (€7,44) zou gaan spenderen aan een taxi. Ik wilde wel enige zekerheid dat ik geen vruchteloze reis zou gaan maken. Ik kreeg echter geen gehoor. Wellicht was de reservatie dus niet doorgegaan bij gebrek aan kaarten. Zou ik het dus toch moeten opgeven ? Mijn enige hoop waren de jonge zwartverkopers van theaterkaarten in de nabijheid van Tian Quiao. Ik had dus mijn stoute uitspraak tegenover Bai nog niet kunnen waarmaken.

 

Als laatste wanhoopspoging, nam ik toch maar een taxi naar het theater. De taxi kwam maar moeizaam vooruit en het was al dicht bij het aanvangsuur als hij mij voor het theater afzette. Ik spoedde me naar de jonge gasten die ik voor de hekken van het theater aantrof. Ze hadden echter geen kaarten. Teleurstelling alom. Terwijl ik echter de zwarte markt bij de jonge gasten tevergeefs wilde aanboren, werd er door een in Mao-pakje gestoken Chinees op barse wijze teken gedaan dat ik bij hem moest komen. De schrik sloeg me om het hart. Wat stond me te wachten? Ik zag mezelf reeds in een overvolle Chinese gevangenis of uitgewezen worden wegens zwarte-markt-activiteiten. Met knikkende knieën voegde ik mij bij de Mao-Chinees die me in gebroken Engels bars toebeet: "Wat is dat daar allemaal?" Ik putte mij uit in verontschuldigingen en trachtte hem te doen begrijpen dat het toch normaal was dat ik - zover van huis - een voorstelling wilde bijwonen van dansers uit mijn land, ja zelfs uit mijn eigen stad. "Ga bij die man daar," gebood hij mij onvriendelijk. Ook bij die tweede man probeerde ik mij te verontschuldigen. "Wil jij een kaart?" vroeg hij plots. "Da's zeker" haastte ik mij te antwoorden. Hij ging in de binnenzak van zijn jasje, haalde daar een witte enveloppe uit en diepte daar een kaartje uit op dat hij mij overhandigde. Ik kreeg niet de kans om naar de prijs te vragen. Hij wuifde de vraag weg en zei me te haasten omdat het spektakel ging beginnen. Het was ondertussen inderdaad reeds een paar minuten voor acht geworden.

 

Ik spoedde me de overvolle zaal binnen. Op het kaartje stond, tussen een deel Chinese tekens, een 1 en een 17. “Dat zal dus de eerste stoel van de 17de rij wel wezen”, dacht ik. Die plaats was bezet maar in de onmiddellijke nabijheid was er nog een plaatsje vrij. Op mijn vraag "Free" knikte de man op de stoel naast de vrije plaats bevestigend. Ik liet me met een gelukzalig gevoel in de theaterzetel zakken met het entreekaartje in de hand geklemd. De Chinees naast mij keek op mijn kaartje en beduidde mij dat ik helemaal vooraan moest zitten. Nauwelijks was ik op deze ereplaats neergevlijd of de voorstelling begon.

 

"Hommage aan Jacques Brel" heette de eerste choreografie op muziek van de bekende Brusselaar. Speelden en dansten ze daar toch wel "Le plat pays qui est le mien" en "Ai Marieken, Marieken je t'aime tant de Bruges a Gand". Ik kan je verzekeren dat, als je daar als eenzame Belg tussen al die Chinezen, duizenden kilometers van je heimat, met zoveel liefde hoort zingen over onze stoere kathedralen en mijn Vlaandrenland, de emotie zeer moeilijk te bedwingen is. In het tweede deel danste men dan nog de "Sacre du printemps", één van mijn lievelingsstukken en als ik er dan (voor de kenners) bij vertel dat de priester een slanke, soepel dansende Afrikaan van bij de twee meter was en het offermeisje een in het wit gehuld poppetje, dan moet je niet vragen hoe ik van deze avond heb genoten.