Een DOUANELEVEN
UIT DE TWEEDE HELFT VAN DE TWINTIGSTE EEUW
56. VOLKSREPUBLIEK  CHINA  9 - BEIJING
 

Wordt vervolgd

Tekst: Antoine Van Ooteghem

 

Foto boven: "Verboden Stad" - Bernd Müller via Pixabay

Andere foto: A.Van Ooteghem

 

 

De stad Beijing bezoeken, is eigenlijk niet zo eenvoudig tenzij je een geleide rondrit maakt met een tourbus. Het openbaar vervoer is immers voor een vreemdeling praktisch onbruikbaar. Als je aan een bushalte slechts enkele mensen ziet staan dan is daar ongetwijfeld kortgeleden een rood-witte, afgeleefde en al propvolle bus gepasseerd. Wanneer er een bus in aantocht is, staat er meestal al een horde mensen te wachten. Ik heb eenmaal een poging ondernomen maar toen de stormloop naar de openzwaaiende deuren begon, heb ik wijselijk afgehaakt.

 

Een andere mogelijkheid van vervoer ligt in het gebruik van kleinere busjes voor personenvervoer ("dolmussen" zou men ze in Turkije noemen). Die kunnen je ook overal naartoe brengen, maar de moeilijkheid ligt hem in het feit dat je niet kunt uitmaken waar hun rit je zal heenvoeren. Het blijken private ondernemingen te zijn en bijgevolg komen hun reisroutes op geen enkel plan voor. De bestemming wordt wel omgeroepen als het busje aankomt maar daar heb je als Chinees-onkundige natuurlijk geen boodschap aan. Rest de taxi. Ze zijn gemakkelijk bereikbaar en niet zo duur als bij ons. Hoewel voor een ritje van een 15-tal kilometer in de stad moet je toch ook al gauw op een 250 à 300 Belgische frank (€6.20 à €7.40) rekenen. Zij hebben natuurlijk ook meestal niet-autochtone klanten zodat ze een frank (euro) méér kunnen rekenen. De taxi's hebben een meter die tamelijk ingewikkeld werkt. Hij rekent een rit buiten de stad duurder aan dan een rit in de stad en bovendien is het nachttarief duurder dan het tarief tijdens de dag. Aangezien de Chinese taxichauffeurs dezelfde trekjes hebben als sommige onder hun collega's uit andere landen, met name "toeristje pluimen", is het dus een kwestie van op te letten hoe de chauffeur zijn meter aanzet. Voor een dagritje in de stad zou hij wel eens de knop "buitensteeds nachttarief" durven indrukken. “Snap je hem?” Ik heb zelfs meegemaakt dat een taxichauffeur zijn meter niet wilde opzetten. Hij probeerde me gewoon een forfaitaire, hogere prijs aan te smeren. Hij ging van de veronderstelling uit dat ik op die standplaats toch geen andere taxi zou vinden. Wie had dat gedacht van die lieve Chineesjes? Wat ze ook zeer professioneel kunnen, is langdurig zoeken naar wisselgeld maar dat is een truc die ze waarschijnlijk van sommige Belgische kelners geleerd hebben.

 

De straten zijn opvallend proper maar als je wat rondwandelt, wordt het vlug duidelijk hoe dat komt. Om de paar kilometer is een ploeg straatvegers bezig. Meestal vrouwen met een brede twijgborstel in de hand, een bakkersmuts op het hoofd en een stofmasker voor de mond. Dit laatste is ook wel nodig want met die grove borstels wordt het stof méér opgejaagd dan in de goot geveegd. Daar wordt het nochtans door de werksters met fijner materiaal in een vuilblik geveegd en later in een bijdehands karretje gekieperd.

 

Langsheen de straten staan hier en daar kraampjes waar boeren in een "vrije marktsituatie" hun waren rechtstreeks aan de verbruikers slijten. Kolen, wortelen en andere gewassen worden afgewogen met een primitief weegschaaltje. De boodschappers zijn van beiderlei kunne want de vrouwen zijn hier wérkelijk geëmancipeerd: geen werk is hun te vuil of te zwaar en zo zie je ze evengoed de straat keren als bij grond- en bouwwerken met stenen sleuren of machines hanteren.

 

Het verkeer is chaotisch. Waarvoor al die vrachtwagens hier rondrijden, is mij een raadsel. Meer dan de helft zijn ongeladen. Een groot gedeelte ervan vervoert zeilen of balen waarop enkele mannen liggen te slapen. De rest transporteert zand, al eens een ladder of een kraan of is volgestouwd met vodden.

 

Over voorrang is men het hier nog niet helemaal eens, zo te zien. Wel zijn er internationale verkeersborden ‘verboden richting’, ‘verplichte richting’, ‘fietspad’ en ‘autoweg’ maar bovendien zie je een verkeersbord waarop een personenwagen een camion ramt. Dat zal dan wel een ‘gevaarlijk kruispunt’ aangeven, denk ik. De verkeerslichten worden wel minutieus gerespecteerd. In tegenstelling tot het Europees gebruik, hangen de drie lichten horizontaal met het groene aan de rechterkant. Een goed punt, vind ik, is dat het groen gaat knipperen voordat het licht op geel gaat. Bij knippergroen mag je het kruispunt nog oprijden. Bij geel licht moet je het kruispunt echter ontruimen. Dat je het rode licht mag voorbijrijden als je rechts moet afslaan, vind ik persoonlijk een zeer praktische regeling. Waarom? Wel, als je moet wachten om rechts af te slaan tot het groen is in je rijrichting, dan kun je niet afslaan omdat de weg dan afgesloten wordt door een ononderbroken rij fietsers. Als het echter een kruispunt betreft waarvan de beide banen zeer druk zijn, wordt een andere tactiek toegepast. De auto die bij groen licht in zijn rijrichting wil afslaan, rijdt zachtjes op de voorbijrijdende file fietsen in. De fietsers wijken steeds verder uit tot er eentje besluit achter de auto door te rijden. De anderen volgen dan en zo kan de auto afslaan. Dat dit natuurlijk aanleiding geeft tot nogal wat ongevallen, laat zich raden. Vooral met camions die niet zo goed zien of er van rechts nog fietsen komen of niet. Aanrijdingen zijn dus dagelijkse kost op de vele drukke banen in en rond Beijing.

Het oversteken van banen is helemaal te gek. Er zijn voldoende zebrapaden maar als er geen politie in de buurt is, hebben die helemaal geen betekenis. Als het even kan, steken de Chinezen de baan over in de hoop dat het aanstormende verkeer zal remmen. Dit gaat gepaard met getoeter en knarsende remmen en als geen van beide partijen toegeeft, gebeuren er ongevallen. Gelukkig ligt de snelheid niet bijster hoog. Meestal ligt dat rond 50 km per uur zodat er altijd wel wat mogelijkheden overblijven.