Een DOUANELEVEN
UIT DE TWEEDE HELFT VAN DE TWINTIGSTE EEUW
55. VOLKSREPUBLIEK  CHINA  8 - BEIJING (DEEL 1)
 

Wordt vervolgd

Tekst: Antoine Van Ooteghem

 

Foto boven: "Verboden Stad" - Bernd Müller via Pixabay

Andere foto's: A.Van Ooteghem

De miljoenenstad heeft, althans wat het vernieuwde gedeelte betreft, een zeer eenvoudig, rechtlijnig plan. Alle brede, rechte lanen lopen naar het centrum van de stad: het Tiananmenplein en de Verboden stad. De mensen leven het grootste deel van hun tijd op straat zodat zelfs een eenvoudige Belgische wandelaar getuige kan zijn van hun lief en leed. Dat eerste is eigenlijk niet helemaal juist want zelfs zeer oppervlakkige intimiteiten zoals arm in arm of hand in hand lopen, behoren tot de niet geoorloofde intimiteiten op straat en dus niet tot het openbaar beeld. Schelden wel en daar was ik reeds enkele keren ongewild getuige van. Zo gebeurde het eenmaal in de tunnel die onder de boulevard naar het Tiananmenplein loopt. Omdat het er zo hel klonk, herinner ik het mij nu nog.

 

 

Het Tienanmenplein is een grote vlakte recht tegenover de "verboden stad" die zich tegenwoordig "Palace-museum" laat noemen. Aan de noordzijde van het plein wordt een flink stuk ingenomen door het mausoleum van Mao. Als dit open is voor bezoek staat hier constant een rij van 100 meter lang en vier mensen breed aan te schuiven. Het binnenschuifelen en doorlopen van het mausoleum vergen slechts 15 minuten. Je ziet er het gebalsemde lichaam van de grote roerganger - of zou het een bijgewerkte dubbelganger zijn - in een glazen kist liggen. Je mag niet stilstaan of fotograferen. Zelfs het bij zich hebben van een fototoestel is absoluut verboden.

 

Aan de oostzijde van het plein staat een zeer indrukwekkend gebouw dat de "Great Hall of the People" wordt genoemd alhoewel de ‘people’ hier naar mijn mening niet welkom zijn. Het gebouw wordt immers gebruikt voor ontvangsten van en banketten voor de groten der aarde. Er komen er hier trouwens nogal wat over de vloer. Schijnbaar wil alleman bij Deng komen en een graantje meepikken van zijn openingspolitiek naar het Westen.

 

Midden op het plein staat het "Memorial of the People’s Heroes". Een algemeen monument voor de gesneuvelden, zou je kunnen zeggen. Het is een grote, rechthoekige zuil waarvan het voetstuk bedekt is met taferelen onder de vorm van marmeren bas-reliëfs die de vechters voor het regime verheerlijken. De wacht voor het monument wordt opgetrokken door jongeren uit de middelbare scholen in de rood-witte kleuren van de communistische revolutie. Ze zijn blijkbaar vereerd met hun opdracht en laten dit door hun fiere houding uitdrukkelijk blijken.

 

 

's Avonds loopt heel wat volk rond en op Tienanmen. In het midden van het gigantische plein wordt de show gestolen door tientallen mensen die grote en kleine vliegers oplaten. Onder de grootste zijn er bij die door vijfspannen moeten in gang gelopen worden. Sommige van de vliegers beelden, heel minutieus, verschillende soorten roofvogels uit die met machtige vleugels over het plein zweven. Goedkoop volksamusement dus. Goedkoop zal het in ieder geval wel moeten zijn, want wat de mensen hier verdienen is niet van die aard dat ze zich dure zaken kunnen veroorloven. Bai, mijn begeleider, is een dertigjarige, gehuwde assistent aan de universiteit. Hij vertelt me 67 yuan per maand te verdienen en dat is dus een goeie zevenhonderd Belgische frank (17,35 euro )in onze munt. De eerste levensbehoeften zullen natuurlijk geen schatten kosten maar Bai vertelde me toch dat een doorsnee Chinese limousine - ik bedoel dus een fiets -  al gauw 200 yuan kost. Dat wil zeggen dat hij daarvoor dus drie volle maandwedden moet afdokken. Als je van niet beter weet, is dat waarschijnlijk misschien

nog te harden maar Bai had enkele jaren in Amerika gestudeerd en wist dus wel beter. Hij is bijgevolg hoegenaamd niet tevreden. Het is dus goed te begrijpen dat hij ernaar verlangt om terug naar de States te mogen gaan. Je vraagt je wellicht af hoe het dan mogelijk is dat in Beijing zoveel fietsen rondrijden  Wel naar het schijnt zijn de meeste van die fietsen eigendom van de bedrijven waar de Chinezen tewerkgesteld worden. Een soort ‘bedrijfsfietsen’ dus.

 

Aan dit alles moest ik gisteravond ook nog denken toen, tijdens de rust van de voetbalinterland China - Hongkong op TV, reclame werd uitgezonden. Daarmee staan ze dus voor op België waar men op het ogenblik dat ik dit schrijf (1987), nog geen reclame op TV toelaat. Het ene moment sta je te kijken naar een aftandse bakkerskar die door een afgeleefde ezel wordt voortgetrokken en het volgende moment toont de Chinese industrie je de hypermodernste robot "Made in China". Voor de rest kun je natuurlijk niet zoveel gebruik maken van televisie omdat je anders te veel gaat lijken op die koe die naar die trein keek ..... Je ziet echter wel dat de TV hier dezelfde ingrediënten biedt als overal ter wereld: nieuws, sport en spel, films en praatshows. Het enig merkbare verschil lijkt mij dat hier ook positieve gebeurtenissen nieuwswaarde hebben, zelfs als ze niet sensationeel zijn. Met andere woorden: soms worden er beelden getoond van gewone mensen die, voor zover ik het begrijp, niets speciaals hebben gedaan. Ondertussen hebben onze Tv-makers dat rijkelijk ingehaald met programma’s als “Man bijt hond” en   dergelijke;

Tien na tien 's avonds is op de Chinese TV een speciale uitzending voor Engelstaligen: het voornaamste nieuws van de dag en het weerbericht voor de ganse wereld. Aangezien men de vooruitzichten voor Frankfurt, Londen en Parijs geeft, kan ik mij een idee vormen over de weersverwachtingen thuis. Wat blijkt? De Chinezen voorspellen ons weer juister dan onze eigen weermannen het kunnen. Dit blijkt dikwijls genoeg bij contacten met het thuisfront. Raar maar waar. Hun eigen weer is misschien makkelijker voorspelbaar omdat Beijing uitgesproken seizoenen heeft: een hevige winter met een schrale, door merg en been gaande wind, aangebracht vanuit Siberië en Mongolië en een zeer vochtige, hete zomer. Ze kennen een leuke lente en een zachte herfst. De beste periodes voor een bezoek situeren zich dus in de maanden april - mei en september-oktober.

 

 

Beste lezers,

 

Jullie hebben ondertussen al vernomen dat de heer Van Ooteghem ons plots ontvallen is op vrijdag 6 november 2020. Volgens zijn echtgenote was hij de maandag voordien nog volop aan het schrijven aan een nieuw nummer van zijn memoires. We kregen van haar nog 5 volledige artikels mee. De redactie heeft beslist die nog allemaal te publiceren om verschillende redenen: uit respect voor het vele werk dat hij erin gestopt heeft, als dank voor de jarenlange steun die we van dhr. Van Ooteghem kregen, maar vooral ook als een eervol saluut aan deze geboren verteller.