Een DOUANELEVEN
UIT DE TWEEDE HELFT VAN DE TWINTIGSTE EEUW
53. VOLKSREPUBLIEK  CHINA  6 - MIJN JOB.
 
 

Ik ben naar Peking gekomen om aan de studenten van de "University for Business and Economics" enkele lessen te geven over Europese douaneprocedures. Eén van de studierichtingen op deze universiteit bereidt toekomstige ambtenaren voor en kent dus een vak "Douane-wetenschap". Bovendien worden hier ook de bijscholingen voor douaneambtenaren gedoceerd. Aangezien ik op zaterdag ben geland, heb ik op maandag een onderhoud met enkele chefs van de universiteit om de praktische schikkingen te treffen. Ik denk op dinsdag met mijn lessenreeks te gaan beginnen. Als ik dit aan de decaan en de vice-rector voorstel, bezien ze mij alsof ik gek geworden ben. Neen, want dinsdagnamiddag is er fysische training voor alle studenten. Ook mijn voorstel voor woensdag, wordt weggewuifd. Uiteindelijk moet ik nog bijna lelijke woorden gebruiken om op donderdag te kunnen starten.

 

Ik ga met Bai het leslokaal eens bekijken. Het bord is net een maanlandschap dat je met een paar krijtstompen moet bewerken. Vooraan staat een klein lessenaartje waarvan het bovendeel bestaat uit een horizontaal plankje van 10 cm. breedte op 50 cm. Lengte. Het is bestemd om iets op te zetten of te leggen. Daarnaast heb je ook nog een schuin aflopend blad om je cursus te ondersteunen. Er is in het leslokaal plaats voor een twintigtal leerlingen die op gammele stoeltjes aan schamele tafeltjes kunnen plaatsnemen. Het klaslokaal is onzindelijk; het is in geen jaren afgestoft. De vloer is bedekt met zand.

Aangezien ik weet dat de kennis van de Engelse taal bij de Chinezen niet altijd even uitgebreid is, heb ik een groot aantal transparanten meegebracht en eveneens het toestel om die te kunnen tonen. Ik had immers van een voorganger gehoord dat hun technische uitrusting maar pover is. De projector weegt gemakkelijk een kilo of vijf en ik heb dus heel wat sleurwerk verricht om dat ding van Antwerpen naar Peking over te brengen. Ik vraag aan Baai om tegen donderdagnamiddag voor een scherm te zorgen waarop ik de transparanten kan projecteren.

 

 

Dat is een toestel dat een blad uit een boek op een scherm kan projecteren. Om enig resultaat te hebben, moet je wel het lokaal volledig verduisteren, wat dan weer niet handig is voor de studenten die eventueel dingen moeten noteren. Bai oppert nog de mogelijkheid om dan maar te verduisteren wanneer ik een plaatje wil tonen. Zover zal echter mijn goedheid niet reiken en dat maak ik mijn Chinese vriend ook duidelijk. Hij legt zich alleen maar bij de situatie neer wanneer hij het veel betere resultaat ziet dat ik met ons toestel bekom. En de afwezigheid van het scherm, los ik op door op de muur te projecteren.

 

Wanneer ik op donderdag het leslokaal binnenkom, zitten daar niet de 20 studenten die ik verwacht maar wel 50 jongens en meisjes. Ze zitten tot vlak voor en naast mijn pupitertje. "Hoe meer zielen, hoe meer vreugde" denk ik dan maar en start mijn les met een prachtig plaatje op de muur.

Bai brengt mij een kop groene thee en zet die op het smalle horizontale richeltje vooraan mijn lessenaar. De thee is niks anders dan heet water met wat kleine theeblaadjes erin. Ik ben het echter nog geen vijf minuten aan het uitleggen als ik met een wijds gebaar mijn kop thee omstoot. Het water met de theeblaadjes vloeien over mijn cursus maar gelukkig niet over mijn transparanten. De studenten vinden dit een grappig voorval, maar ik laat me niet uit mijn lood slaan en zeg " That's the way we are drinking tea in Belgium!!!" (Zo drinken wij thee in België). Die repliek verwachten ze niet zodat ze perplex staan en het lachen ophoudt. Het ijs is gebroken en we hebben een goede les. Het was wel eventjes opschrikken wanneer plots één van de studenten achteraan in de klas zijn keel schraapt en met een ferme smak een rochel tegen de grond keilt. Ook dat went.

Tijdens de volgende lessen dagen er gelukkig niet meer zoveel studenten op. Een flink gedeelte onder hen zal dus zijn Chinese nieuwsgierigheid hebben willen bevredigen en haken nu af vanwege de technische complexheid van de onderwerpen die ik behandel. Of misschien verstonden ze me ook wel niet zoals een Amerikaanse lerares nadien suggereerde.

Alle leraars vreemd aan de universiteit, worden dagelijks per minibus van het hotel naar de leerstoel gebracht. Dat is dus vrij interessant om de andere leraren te leren kennen. De meeste zijn Amerikaans en blijven hier van zes maanden tot enkele jaren. Eén van die Amerikanen is echter Belg van geboorte. Hij is afkomstig uit Borgerhout en herinnert zich nog bepaalde zaken van onder de Tweede Wereldoorlog. Zijn ouders zijn kort na de deze oorlog naar Amerika uitgeweken. Zo vraagt hij mij, tijdens één van onze gezamenlijke ritjes, of men nog melk bij de "zoölogie" ging halen. Op mijn verbaasde blik, antwoordt hij mij dat dit zijn job was in de oorlog.

Eén van de leraressen lijkt mij een oude vrijster, omdat ze me altijd zo sip aankijkt. Ik heb nog geen woord miszegd tegen haar als ze me op een goede middag aanvalt met: "I presume English is not your mothertongue. Isn't it?" (Ik geloof dat Engels uw moedertaal niet is. Nietwaar?). Nadat ik haar vraag beantwoord met: "I presume yours neighter" (Ik geloof dat dit ook bij u niet het geval is) heb ik van het mens nooit meer een opmerking gekregen…

 

 

 

Wordt vervolgd

Tekst en foto’s: Antoine Van Ooteghem

 

 

Op woensdag, de dag voor mijn eerste lesdag, begeef ik me naar het leslokaal om er alles in orde te brengen. Bai is er ook en ik vraag hem het scherm te gaan halen om het al klaar te kunnen zetten. "Goed nieuws en slecht nieuws, mister Tuan" zegt Bai. Ik kijk hem verbaasd aan: "Wat gaan we nu krijgen?" "Eerst het goede nieuws," zegt hij "We hebben zelf een projector". "Als dat geen goed nieuws is," denk ik schamper bij mezelf. “Wat mag dan het slechte nieuws zijn?" vraag ik hem. "Ja," zegt Bai "het slechte nieuws is dat we geen scherm hebben." Het ontbreken van een scherm dat is pas echt slecht nieuws. Bovendien staat hij erop dat hun projector zou gebruikt worden. Nationale trots, weet je wel. Proberen dan maar, hé. Hun toestel is eigenlijk geen projector maar wel een episcoop.