Een DOUANELEVEN
UIT DE TWEEDE HELFT VAN DE TWINTIGSTE EEUW

 

52. VOLKSREPUBLIEK  CHINA  5 - OP REIS LANGS CHINESE WEGEN.
 
 

Aan het einde van de werf rijden we helemaal vast. De chauffeur stapt nog maar eens uit. Met vereende krachten komen we terug los, maar dan raakt men het weer niet meer eens over de te volgen weg. Uiteindelijk wordt het links, maar enkele kilometers verder staan we weeral voor een dilemma. Uiteindelijk vinden we een negentigjarige fietser die zegt van wanten te weten en bereid is ons te gidsen. Hij rijdt met zijn fiets voor onze bus uit. Over het tempo zal ik het dus maar niet meer hebben.

Het valt me wel op dat de Chinezen aan wie de weg gevraagd wordt, bijlange niet de vriendelijke baasjes zijn die we bij ons kennen. Het gebeurt zelfs herhaaldelijk dat ze de vraagsteller koudweg negeren. Formalisme of het begroeten met een buiging zoals in Japan en Korea nog in gebruik is, is er helemaal niet bij.

 

Na vier en half uur voyageren, bereiken we de graftombe van koningin Sisan Long. Een zestal gebouwen in oosterse balansstijl, vol symmetrie en kleuren. Gele daken voor de keizerlijke gebouwen en groene daken voor die van de meesteres en de concubines.

 

 

Het is ondertussen etenstijd geworden en de picknick wordt bovengehaald. Iedereen krijgt een simpel kartonnen doosje. Als je het opent dan is het eerste wat je ziet: een set van twee lange tandenstokers, die zullen moeten dienen als eetstokjes. Dat ziet er dus niet goed uit voor Tuan, want op mijn eerste dagen in het Land van de Glimlach ben ik nog bijlange geen specialist in het eten met chopsticks zoals dit houten eetgerei in het Engels genoemd wordt. Verder enkele sneden brood, worst, gekookte eieren, komkommer en een appel. Allemaal verorberbaar uit het vuistje zodat mijn tandenstokers eventueel alleen maar zullen moeten dienen om te stoken… Verder heb ik nog de keuze tussen limonade of bier. Gezien de warmte en het afgelegde traject is noch het één, noch het ander een aanrader.

 

Na de picknick bezoeken we de gebouwen die alle zeer veel op elkaar gelijken. Maar dan is het voor mij toch wel een beetje hoog water aan het worden en moet ik dringend naar de toiletten. Die moeten niet bewegwijzerd worden want je ruikt ze vanop grote afstand. Als je er binnenkomt, merk je direct waarom de stank zo doordringend is. Vanuit de middengang kun je in een goot wateren. Over de grote behoeften wil ik zelfs niet verder uitwijden, maar de stank bij de heersende 35 graden Celsius is zo verschrikkelijk dat je maakt dat je er zo snel mogelijk wegkomt.

 

Rond 16 uur wordt besloten de terugweg aan te vangen. Op het ogenblik dat we het terrein verlaten, komt echter het tweede busje juist aan. Die hebben dus nog slechtere wegaanwijzers gehad dan bij ons het geval was. Blijkbaar hebben ze op uitzondering van een picknick-stop van een half uurtje de ganse tijd gereden!

 

Op de terugtocht naar Peking brengen we nog een bezoek aan een meer. De baan is voortreffelijk en rond acht uur zijn we terug in het hotel. Het heeft er dus alle schijn van dat onze chauffeur ons heeft willen vergasten op een zeer speciaal ritje.

 

 

 

Wordt vervolgd.

 

Tekst en foto’s: Antoine Van Ooteghem

 

 

Op de eerste zondag van mijn verblijf in Beijing zijn we vroeg uit de veren, want er staat een bezoek aan de "East tombs" op het programma van deze vrije dag. Om 7.25 u., vijf minuten voor het afgesproken tijdstip, ben ik aan blok 4. Vriend Bai, mijn begeleider, is nog niet te zien. Er staan nog verschillende mensen te wachten - zo te horen voor het merendeel Amerikanen - om in één van beide gereedstaande minibusjes te stappen.

Om halfacht wordt ingescheept, maar ik kan er niet in omdat de verantwoordelijke Chinees niets van mijn deelname afweet. Wachten. Iedereen wacht, ook de minibusjes, want er schijnen nog enkele medereizigers te ontbreken.

Even na acht verschijnt een klein Chinees dametje met een grote bril op haar pocket-neusje. Die is op zoek naar mij. Zij moet den Bai vervangen. Nou ja, geen verslechtering op het eerste zicht, maar wel wat laat op de afspraak. Miss Yang is een pienter, Chinees juffrouwtje dat heel wat werk heeft om haar grote bril op haar kleine neusje te houden. Ze begint met zich te verontschuldigen want de instructies die ze gekregen had, waren blijkbaar niet duidelijk.

Ondertussen is het eerste minibusje al vertrokken en even na acht vertrekken wij ook voor wat een trip van ongeveer 125 kilometers enkel moet worden. "Neem nu nog dat we daar twee uurtjes op rijden, dan zijn we toch wel ruim vroeg genoeg vertrokken,” zit ik zo te denken.

 

De eerste 30 kilometer, zo schat ik, verlopen voorspoedig. Dat wil zeggen dat de wegen treffelijk en niet overbevolkt zijn. De hoofdweg eindigt echter abrupt aan een dwarsweg. Onze chauffeur weet blijkbaar niet of hij naar links dan wel naar rechts moet rijden. Hij verlaat zijn busje en spoedt zich naar enkele autochtonen die het kruispunt bevolken. Ik versta natuurlijk geen woord van wat ze onder elkaar bedisselen, maar ik zie wel dat de ene naar links en de andere naar rechts wijst. Dat begint dus al goed. Bij nader inzien is het natuurlijk niet abnormaal dat mensen die misschien nog nooit hun dorp verlaten hebben, niet weten waar een plek ligt die zich honderd kilometer verder situeert.

 

De knoop wordt uiteindelijk doorgehakt en wij rijden de baan op naar rechts. We verlaten de hoofdbaan en dat is aan het wegdek te merken want nu rijden we door met putten bezaaide banen. Aan weerszijden fietsers en daartussen alles anders waarmee men kan rijden: van ossenkarren tot camions. Iedereen eist de baan voor zichzelf op en telkens iets of iemand moet voorbijgestoken worden, moet er luid en langdurig getoeterd worden. Onderwijl wisselen de rijstvelden af met groepjes lemen huisjes waar gegarandeerd steeds een markt gehouden wordt. Dit wil zeggen: enkele primitieve tafels voorzien van een zeil waarop vooral groenten geëtaleerd worden en soms ook wel wat fruit. Het zijn ook boerenmarkten, waar boeren en telers dus hun waar slijten. Op deze manier zijn de landbouwers bij de betere verdieners, schijnt het. “Boeren zijn nergens te onderschatten,” zit ik zo te denken.

 

Door de wijken stroomt steevast een modderige beek; een open riool.

En kijk… op een zeker moment staat daar voor die lemen huisjes toch wel een Amerikaanse biljart zeker en de Chinezen zijn er nog op aan het spelen ook. Wat een prachtig anachronisme!! Chinezen die nog in middeleeuwse omstandigheden leven, spelen op een toestel uit de latere jaren van twintigste eeuw. Alsof je keizer Karel in een automobiel zou zien rondrijden!

 

Na een goed uur rijden en nog en paar keer de weg vragen, worden we de richting uitgestuurd van een nieuwe autostrade. Zo nieuw dat onze chauffeur er nog nooit van gehoord heeft. Zelfs zo nieuw dat ze nog niet aangelegd is, blijkt wanneer we die ‘zogenaamde’ autostrade gevonden hebben. We komen terecht op een werf die uiteindelijk een verkeersweg moet worden. In de bedding mogen we natuurlijk niet rijden want die is reeds min of meer genivelleerd. We moeten dus gebruik maken van de nog niet aangelegde berm naast de in aanbouw zijnde weg, waar gewoonlijk bulldozers en ander zwaar vervoer voortsukkelt. We rijden van de ene put in de andere. De snelheid bereikt gegarandeerd geen 5 km per uur. We worden dooreengeschud als zitten we in een krabbenmand. We zouden misschien beter naast ons minibusje kunnen lopen, dat is wellicht gemakkelijker en comfortabeler.

 

Bovendien is het vandaag zondag en toch staan we te midden van de werken. Je gelooft niet wat je ziet. Hier wordt een autobaan aangelegd met handkracht. Honderden werkmannen en -vrouwen rijden af en aan met een vervoermiddel dat bestaat uit de helft van een dwars doorgezaagd vat, aan weerszijden voorzien van een fietswiel. Deze "kruiwagens" worden door weer tientallen andere travaux-mannen door middel van schoppen met zand gevuld, dat ze van een hoge hoop afhalen. De kruiwagenmenners rijden vervolgens met hun vracht een honderdtal meter verder vooraleer het zand uit te storten voor de voeten van de eigenlijke autostradebouwers. Die spreiden het zand dan zodanig uit dat het op den duur een baan zal worden.

Zo heb je natuurlijk geen werklozen. Het werk van één bulldozer wordt hier 7 dagen op 7 verricht door zo'n vijfhonderdtal werkkrachten.