Een DOUANELEVEN
UIT DE TWEEDE HELFT VAN DE TWINTIGSTE EEUW

 

50. Volksrepubliek China 3
Over de kwaliteit van het eten in het restaurant van hotel Friendship mag men niet klagen. Ik eet hier praktisch alle dagen, maar van tijd tot tijd moet ik toch eens zorgen voor een beetje afwisseling. Bij ‘den Bai’ word ik geen enkele keer uitgenodigd. Hij verontschuldigt zich hier herhaaldelijk voor. Hij zegt er zeker van te zijn dat, wanneer ik hem thuis zou bezoeken, 's anderdaags ongetwijfeld de geheime politie aan zijn deur zou staan om te vragen wat er allemaal met die westerling moest besproken worden. Nou ja, si non e vero... goed gevonden, niet?

Op een dag word ik echter wel uitgenodigd op een banket dat te mijner ere door de universiteit wordt gegeven; dat wil zeggen ter gelegenheid van mijn aankomst en terzelfdertijd voor het afscheid van een Amerikaanse leraar. Zo'n evenement is natuurlijk heel andere koek. Het is een echt Chinees banket. Dit wil zeggen dat er wel een stuk of tien gangen zijn. Hierbij heb ik geluk dat mijn Chinese vrienden mij zeer goede raad gegeven hebben. Ze plachten steeds te zeggen: "In China moet je van de eerste schotels niet te veel eten want er komen er nog vele achter en ... de laatste zijn altijd de lekkerste". “Niet te veel eten”, dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het duurt even voor ik het door heb, maar telkens ik mijn bord leeg eet, is mijn buurman zo vriendelijk eten bij mij op te scheppen.

Er zijn ook moeilijke schotels zoals die met "seacucumber". Volgens de aanwezige Chinezen is dit een uitgesproken lekkernij. Het komt uit de zee en ziet er een beetje uit als een augurk maar dan vol met pukkeltjes en zwart van kleur. De smaak valt nogal mee, maar je moet er eerst in slagen erin te bijten. Het komkommertje is namelijk geweldig glibberig. Als je er je eetstokjes rond klemt, springt het telkens weg. Ten einde raad doorpriem ik het dan maar met één van mijn stokjes en breng de lekkernij zo naar mijn mond.

Op een zeker moment brengt men een schotel geroosterde gamba's op een ronddraaiend plateau. Ik zie mij er geen man op om die dingen te behandelen, want kop en schubben zitten er nog aan. Ik wil deze kelk aan mij laten voorbijgaan, als mijn buurman mij verzekert dat dit toch wel "very delicious" is. In de kortste keren staren mij vier uitdrukkingsloze gamba-ogen aan. Ik wacht eventjes af om te kijken hoe die Chinezen dat gaan oplossen. Uiteindelijk moet ik toegeven dat het nog vrij simpel is: ze steken de gamba met de kop vooruit in hun mond en bijten die eraf. Vervolgens spuwen ze hem terug op hun bord. Dan bijten ze een volgend stuk van de gamba en in hun mond verwijderen ze met hun tong de schubben van het beest om die dan ook in hun bord te spuwen. Kort en krachtig.
Ook de gelakte Chinese eend mag natuurlijk niet ontbreken, maar omdat ze zo hard is, valt ze wel wat tegen. Zo komt de feestmaaltijd uiteindelijk aan zijn einde, maar niet voordat er getoast wordt met één of meer glaasjes likeur waarbij we elkaar toedrinken onder de geijkte term “campé”. De collega’s staan wel verbaasd te kijken wanneer wij er geen probleem van maken dat er nog een tweede of zelfs een derde maal gecampéed wordt. Het gaat hier slechts om een soort saté die niet meer alcohol bevat dan onze modale wijnen, maar dat zijn onze gastheren precies niet gewend...




Wordt vervolgd
Tekst en foto’s: Antoine Van Ooteghem

 
Omdat het nog een beetje te vroeg is om aan het restaurant aan te schuiven, sta ik mezelf een eerste kennismaking toe met mijn nieuwe leefwereld voor de eerstkomende maand. In de zwoele zomeravond kuieren de mensen op straat. De mannen met hun enig toegelaten kind voorop en zijn vrouw daar een paar pasjes achter. De kleine draagt meestal een hoedje of ook wel een militaire kepie. De peuters die nog niet zindelijk zijn, dragen een broekje waarvan de naad tussen de billetjes open is. De kleine hoeft dus maar eventjes door de beentjes te gaan en klaar is kees. Een propere oplossing en veel milieuvriendelijker dan pampers. Pienter volk, die Chinezen.

Ze lopen de supermarkten in en uit en staren zich blind op de te koop aangeboden waren. Zelden zie je echter iets over de toonbank gaan. Buiten troepen ze bijeen op pleintjes waar verkopers aan primitieve kramen luidkeels hun waar aanprijzen. Zeer licht katoenen T-shirts, pantoffeltjes en stofjes zijn er te koop. Alles van "poor quality".
Ik merk ook enkele driewielers (triporteurs) met een deken van zo’n 20 cm dik over de grote bak gespreid. Wat mag dat betekenen? Het raadsel wordt vlug opgelost als iemand om uitleg vraagt aan de eigenaresse van het vehikel. Deze dame - met een verweerd aangezicht - licht vervolgens het deken op en tovert uit de bak een gekleurde frisco tevoorschijn. Dit beddengoed dient dus als isolatiemateriaal voor deze frigo van Chinese makelij..

Uiteindelijk is het tijd geworden om de innerlijke mens te versterken. Wij moeten in het restaurant van het hoofdgebouw zijn. Later zal ik ontdekken dat er ook nog andere zijn in het hotel. Als je echter denkt enige afwisseling in je bestaan te creëren door in één van de restaurants te gaan waarvoor je niet bent aangeduid, dan heb je het mis. Ordnung muss sein. Bij het betreden van het restaurant word je opgevangen - niet letterlijk, natuurlijk - door een juffrouw, getooid in een lang avondkleed. Zij brengt je naar de tafel waar je de maaltijd kunt nuttigen. Dit heeft zo zijn voordelen, want zij brengt de mensen volgens herkomst bij elkaar d.w.z. westerse vreemdelingen worden afgezonderd van de Chinese autochtonen. Zo ontmoet ik er een professor van Cambridge die zeer bekend blijkt te zijn aan de universiteit van Leuven en vrienden heeft in Hoegaarden. "Zeer lekker bier overigens" weet hij mijn nationale trots te strelen. Op een andere keer zit ik bij een Zweedse student die China is rondgetrokken met zijn bagage op de rug. Zijn voornaamste conclusie omtrent China luidt: "Dat het verschrikkelijk vuile mensen zijn, die Chinezen.” Hij raakt er niet over uitgesproken. Maar ja, hij is nog wat te jong om te beseffen dat netheid niet de grootste zorg is van mensen die in armoede leven.
 

De feestdis

Op tafel staat steevast een kan fris leidingwater, enkele glazen, een glas met enkele papieren servetjes en chopsticks (eetstokjes). In betere zaken - en zeker in Japan en Korea - krijg je telkens nieuwe stokjes maar in het Friendship Hotel is men voor hergebruik. Ik "trek" mijn uitgekozen stokjes dus voor alle hygiënische zekerheid maar eventjes door één van de servetjes en moet constateren dat dit geen overbodige voorzorg is, want op het servetje stel ik vast dat mijn voorganger roze saus heeft gegeten. Het servetje in een beetje water soppen en de stokjes reinigen voor gebruik, is dus telkens de boodschap.

 

 

Chinese tafel

's Morgens moet ik in hetzelfde restaurant eten en aangezien ik slechts in de namiddag les heb, kom ik pas tegen negen uur aan de ontbijttafel. Er wordt geen plaats aangeduid en dus zet ik me aan een lege tafel. Wat ik ook doe om de kelners te roepen, geen enkele verwaardigt zich om mijn bestelling te komen opnemen. "Den hond zal toch nog niet over tafel zijn, zeker?" zit ik zo te peinzen. Deze Vlaamse uitdrukking ken je misschien niet, maar men gebruikt ze als men zich afvraagt of er nog wel eten is.

Ik had gisteravond toch gelezen dat men kan ontbijten tot halftien. Het is mij een raadsel waarom ik niet bediend wordt. Uiteindelijk komt een lange, blanke man mij duidelijk maken dat men na negen uur uitsluitend opdient in één bepaalde hoek van het restaurant. Ge moet het maar weten. Dat zegt wel iets over de mentaliteit van deze Chinese kelners, want zij konden mij dat toch gemakkelijk duidelijk gemaakt hebben, nietwaar? Maar ja, dat zal dus niet tot hun job behoren, zeker?

 

Ik ga die Zweedse knaap nog gelijk moeten geven ook, want op vrijdag kun je aan de schorten van de serveersters en de kelners nog zien welke soep ze op maandag rondgedragen hebben... Zo word ik op een keer naar een tafel gepiloteerd waaraan mijn voorganger zwaar met de soep in de knoei gezeten heeft. Het ganse tafellaken is besmeurd. Als ik de kelner hierop attent maak, lost hij die zaak onmiddellijk op. Zeer ongewoon voor een Chinees, volgens mijn bescheiden mening, maar toch. Hij neemt de slip van het tafelkleed en plooit dit netjes over de soepvlekken. Klaar is kees.

 

Het menu wordt gelukkig ook vermeld in een andere taal dan het Chinees.
Bij nader toezien, kan je echter met de Engelse benaming van het gerecht ook niet veel uitspoken, want je weet niet welke vlag de lading dekt. Dan maar eventjes bij de buren kijken wat er op het bord ligt en met enkel duidelijke gebaren de kelner wijsmaken dat je ook dat appetijtelijk uitziende schoteltje wenst. Het lijkt de gewoonte minstens een viertal verschillende bordjes te bestellen. Zo wijs ik een tweetal schotels aan bij de buren en een tweetal op de kaart. Uiteindelijk heb ik niet slecht gegeten. Nu moet ik alleen nog onthouden wat ik had besteld.


Hotel Friendship