Een DOUANELEVEN
UIT DE TWEEDE HELFT VAN DE TWINTIGSTE EEUW
47.TERUG van WEGGEWEEST
 
6 november 1986
Als je op zo’n manier door je personeel ontvangen wordt na een afwezigheid van vijf weken, dan mag je de borst toch wel een beetje vooruitsteken. Temeer omdat “De Schakel” niet nagelaten had enkele bladzijden van zijn publicatie aan mijn wedervaren te wijten onder een lichtjes overdreven titel “Antoine Van Ooteghem: een Gandois voor de Koreaanse douane.”

Ondertussen eiste natuurlijk ook het normale douaneleven zijn gewone gang van lessen geven, lessen voorbereiden en diensten organiseren.
Zo begon ook de informatica meer en meer de aandacht op te eisen, zodat ik uit mijn persoonlijke kas (sic!) een notebook aanschafte. Dit toestel liet me toe om bij een eventuele wijziging in één van mijn cursussen het betreffende stuk te wijzigen of uit te breiden zonder het ganse hoofdstuk te moeten herwerken zoals dat bij het gebruik van stencils het geval was. Bovendien liet mijn “computerke” mij toe om illustraties en schema’s toe te voegen. Toen ik me bovendien ook nog een organizer (elektronische agenda) aanschafte, had ik de indruk dat sommige collega’s een beetje jaloers waren.

Nochtans was er van officiële zijde ook een beetje vooruitgang op de IT-wereld. Zo kregen we op ons Secretariaat een schrijfmachine met een geheugen. Dit impliceerde dat een tekst die opgeslagen was op een smalle display, kon teruggehaald worden. Hoe we echter geavanceerd met de machine konden werken, dat zag niemand in. Ook een “stage” bij de Opsporingsdienst waar men dezelfde machine had, bracht geen of bijna geen resultaat op. Ten einde raad belde ik de firma Olivetti, de leverancier van de toestellen. Zij beloofde iemand te sturen en inderdaad, geloof het of niet, enkele dagen nadien stond er een frisse veertiger op mijn bureau die beweerde Mijnheer Van Acker van Olivetti te zijn. Hij vroeg me: “Wat kunnen we voor u doen?” Mijnheer Van Acker zette zich achter de “probleemmachine” en nodigde mijn beide secretaressen uit zich aan weerzijden van hem plaats te nemen. Binnen de drie kwartier was het probleem opgelost en kende de machine geen geheimen meer voor mijn medewerksters. Iedereen tevreden.

Hoewel, ik vond het zonde dat men voor deze machine geen scherm voorzien had. Ik kroop dus onmiddellijk in mijn pen om een scherm te bestellen in “Brussel”. Dat liep echter niet van een leien dakje want op de Centrale Administratie was de afdeling Algemene Zaken van oordeel dat niet zij het scherm moesten leveren maar wel de afdeling Automatisatie. Die collega’s waren dan weer overtuigd van net het tegenovergestelde en meenden dat het hier een enigszins gesofisticeerde schrijfmachine betrof.
Dankzij het feit dat ik de betrokken ambtenaren persoonlijk kende, zijn we er toch uit geraakt en mocht AZ een scherm leveren. Dit bracht echter nieuwe problemen te berde, want verschillende toetsen van de basismachine moesten een nieuwe bestemming krijgen. “Geen probleem, ik bel terug naar mijnheer van Acker”, dacht ik. Maar, die bleek daar niet meer te werken. Toen ik dat hoorde, was mijn antwoord nogal scherp: “Daar verschiet ik niet van want die was veel te goed om bij Olivetti te werken.”

Alles nam terug zijn normale gang aan en er werden voornamelijk lessen gegeven met het oog op het lukken in de examens van opsteller (administratief assistent) en verificateur (fiscaal deskundige). Met mondjesmaat kwamen er ook eens nieuwelingen binnen als kandidaat financiebeambten (financieel medewerkers). Meestal waren zij geslaagd in een examen niveau 3 dat werd afgenomen door het Vast Wervingssecretariaat (nu Selor).

Bron: Freepik
Pusan
Afwisseling was er genoeg. Zo kreeg ik een telefoontje van het hoofd van de dienst Opleiding van de EEG: “Of ik een dag opleiding wilde geven in Milaan.” Mijn antwoord was natuurlijk positief en op de afgesproken dag zagen we elkaar in de luchthaven van Zaventem.

Na een voorspoedige reis werden we in een schitterend hotel afgezet. Ik nam mij voor direct een lekker bad te nemen. Op de tijd dat ik de inhoud van mijn valies netjes in de kast sorteerde, was mijn bad gevuld met lekker lauw water waar ik mij voorzichtig in liet zakken. Ik was nog niet helemaal uitgekreund toen de telefoon oversloeg. Ik haastte me uit de kuip en bereikte nog juist de telefoon om Maestro Bonini te horen vragen of ik zin had om binnen het half uur een koffietje te drinken in de cafetaria van het spoorwegstation. Affirmatief natuurlijk.

Ik stapte terug het bad in. Genietend van het “all marble” bad, zelfs voorzien van een draad om de lucht te conditioneren. Ik moest dit testen en trok aan het touwtje. Geen minuut later kreeg ik terug telefoon. Brommend stapte ik opnieuw het bad uit. “What is the problem sir?” hoorde ik iemand vragen aan de andere kant van de lijn. Er waren geen problemen. “OK, but why alarm?” Toen viel mijn frank dat ik blijkbaar aan het alarm getrokken had. Gelukkig was dat geen probleem, want de pompiers waren nog niet uitgerukt.

Van die dienstreis herinner ik mij ook nog dat er een zeer druk bijgewoonde vergadering plaatsvond die blijkbaar door de dochter van Maestro Bellini was georganiseerd. Wij werden bedankt met een prachtig diner dat mijn liefde voor de Italiaanse cusinna ten zeerste heeft aangewakkerd.

Verder volgde in Antwerpen alles zijn gewone tred; inbegrepen de bezoeken door vreemde douaneambtenaren onder leiding van verantwoordelijken van de Centrale Administratie of van de EEG. Het was ter gelegenheid van het bezoek van enkele douaniers uit China dat de begeleidende EEG-ambtenaar mij inviteerde voor de lunch. Mr. Ryan vroeg mij op de man af of ik geïnteresseerd was om gedurende een vijftal weken les te geven aan de University for Bussiness and Trade in Peking. Ik stond onmiddellijk positief tegenover dit aanbod maar wilde enig uitstel voor overleg met het thuisfront. We spraken af dat ik binnen de acht dagen een antwoord zou geven …


Wordt vervolgd

Tekst en foto: Antoine Van Ooteghem
Op een bepaald ogenblik echter merkten we dat het niveau van onze nieuwe cursisten financiebeambten iets lager lag dan dat we gewend waren. Uiteindelijk kwamen we te weten dat men geen reserve van in het toelatingsexamen geslaagden meer had. Onze leerlingen werden daarom toegelaten op basis van het feit dat zij in illo tempore deelgenomen hadden aan een examen voor aanwerving van financiebeambten. Van die omvangrijke groep had men de oudste deelnemers eerst geselecteerd en daar moesten wij het mee doen. Veel plezier hebben we er niet aan beleefd. Op de kaai in de haven van Antwerpen al evenmin aangezien we later van hun collega’s hoorden dat het praktisch onmogelijk was om aan sommigen uit te leggen hoe men een loodje rond een koordje moest drukken bij de verzegeling van camions of containe