Een wereldhaven heeft zijn specifieke geschiedenis.
Het douanegebeuren maakt daar ook deel van uit.


Das Deutsches Zollmuseum
Een rondgang in het Douanemuseum van Hamburg.
Maar er is meer. Op aanschouwelijke wijze worden diverse periodes uit de douanegeschiedenis visueel uitgebeeld en educatief toegelicht. De spreuk van Keizer Vespasianus "pecuna non olet" staat in mijn geheugen gegrift.
Uit een kluwen van staatjes en steden, elk met een gamma aan tolheffingen, specifieke maten en munten, komt men in 1871 tot een Duitse tolunie waarbij de Duitse Mark het daglicht ziet en een Duitse handelsmarkt kon gedijen.

De huidige douanewerking sinds de eenmaking van Duitsland wordt in verschillende thema's aangebracht: invoering van het geharmoniseerd tariefsysteem, het tot stand komen van de Europese Unie en internationale handelsverdragen, de globalisering van de wereldhandel, de introductie van gezonds- en beschermingsmaatregelen, de conventie van Washington, risicoanalyse enz.

Het museum stelt een gamma aan voorwerpen en thema's tentoon die bij douane- en accijnspersoneel veel herinneringen zullen oproepen en een bezoek extra aangenaam maken: oude kantoormachines, namaakgoederen, beschermde diersoorten, smokkelattributen, drugsopsporing, scanning, wapenuitrusting en de moderne vervoermiddelen van de tol.

Vermelden we tot slot dat het museum verschillende pronkstukken bevat zoals de Groene Olifant, een motorfiets met sidecar van het fameuze merk Zundapp, diverse uniformstukken, internationaal en door de eeuwen heen en een levensgroot ivoren beeld van een oosterse godheid (geldwaarde niet gekend).

In 1927 was er in Berlijn al een eerste "Reichszollmuseum" opgericht door Johannes Popitz, ambtenaar bij Financiën en later nog minister van Financiën. De man zat tijdens W.O.II in een complot dat uitdraaide op een mislukte aanslag tegen Hitler. Hij werd op 2 februari 1945 opgehangen, het bericht van het vonnis staat uitgestald in de tentoonstelling.

Dit om aan te geven dat het museum geen hete hangijzers uit de weg gaat. Zo komt de werking van de douane tijdens de Hitlerperiode aan bod alsook de gang van zaken in het toenmalige DDR (Oost-Duitsland).

Ook de kolonisatieperiode komt aan bod. Duitsland had o.a. overzeese gebieden in Kameroen, Togo, Namibië, Tanzania en de Marshalleilanden. Er was druk handelsverkeer wat plaatselijke douaneposten noodzakelijk maakte.
Te midden van Speicherstadt, het gigantisch historisch entrepotcomplex van de wereldhavenstad Hamburg, bevindt zich het Deutsches Zollmuseum. Het gebouw waar het museum is gehuisvest, was eind de jaren achttienhonderd een douanekantoor Zollamt Kornhaus-brücke. Het lag strategisch op de grens van de toenmalige Hamburg Freihafen, een douanevrij gebied te beschouwen als buitenland. Het gebouw werd gedeeltelijk heropgebouwd na bombardementen in de Tweede Wereldoorlog. In 1985 werd het Duitse Douanemuseum er gehuisvest.

Voor twee euro steungeld krijg je toegang tot een permanente tentoonstelling over de Duitse douanediensten. Op 800 vierkante meter tentoonstellingsruimte komt in acht episodes de Duitse douanegeschiedenis aan bod, beginnend bij de Romeinse tijden tot de hedendaagse realiteit.


Als toetje kan je buiten het Duitse Tolmuseum ook nog de douaneboot Oldenburg bezoeken. Het schip was actief tussen 1977 en 2005 in een actiegebied van 360 zeemijlen. Het was de eerste douaneboot gebouwd in zeewaterbestendig aluminium met een lengte van 28 meter en een topsnelheid van 23,25 knopen (43km/u).


Volgens mij zeker een bezoek waard.
Johannes Popitz werd door het Naziregime ter dood veroordeeld. Hier een foto van bij de uitspraak van de doodstraf .
Tekst en foto's: Roger Van den Bulcke

Info:
Johannes Popitz bij de uitspraak van de doodstraf
De Groene Olifant
Deutsches Zollmuseum, Alter Wandrahm, 20457 Hamburg
Wikipedia: Toen keizer Vespasianus aantrad in Rome, was de staatskas leeg. Hij voerde daarom een belasting in op urine. Deze belasting werd opgelegd aan eigenaars van publieke pispotten (en latrines), waarin voorbijgangers urineerden en waarin buren hun pispot leegden. De eigenaars verkochten de urine aan wasserijen en volders. Toen zijn zoon een opmerking maakte over deze belasting, antwoordde Vespasianus: “Geld stinkt niet”.
.
Het Deutsches Zollmuseum is net zoals ons Nationaal D&A-museum lid van de Internationale Vereniging van Douane- en Belastingmusea (IACM).