CURSIEFJE

Over muizen en sigaren

N.v.d.r.: dit cursiefje geeft de persoonlijke ervaring van Roger weer en niet noodzakelijk het standpunt van De Schakel. 

Terug naar de Centrale Administratie DA (toen Het Hoofdbestuur) halfweg de jaren zeventig.

 

Het was een ongeschreven regel dat je moest naar het Hoofdbestuur genodigd worden om daar te mogen werken. Die uitnodiging kwam gewoonlijk na een uitstekend resultaat in een loopbaanexamen of op voorspraak. Ik had het ongeluk als eerste te eindigen in het examen voor adjunct-verificateur (nu fiscaal deskundige) en had dus een uitnodiging aan mijn been. In die tijd was weigeren uit den boze en werd stilzwijgend aangenomen dat je tot het einde van je loopbaan ter plekke zou blijven, tenzij je er werd uitgedonderd. Zo heb ik er eentje weten vertrekken nadat hij de collega eens doortastend op zijn gezicht zou slaan.

 

Het Hoofdbestuur was gehuisvest in de Hertogstraat rechtover de ministeriele gebouwen die nog altijd deel uitmaken van de verboden zone van de Wetstraat. Aan de inkomhal zat of stond, naar gelang de bezigheden, een douanier van wacht die de mensen verder kon helpen maar ook het kaf van het koren moest scheiden. Verder verleende hij ook een service met medicamenten. Je kon er je doktersbriefjes kwijt en dan kwam dezelfde dag je levering van een bevriende apotheker die een aantal percenten korting gaf. Het kon eraf want de omzet was aanzienlijk.

Het interne kader bestond uit de directeur-generaal al dan niet met een taal-adjunct, een aantal inspecteurs-generaal met hun respectievelijke eerste adviseurs, adviseurs en adjunct-adviseurs, mooi fifty/fifty verdeeld over beide voornaamste landstalen.
Al de rest waren dus genodigden en die vielen buiten het interne kader.

En hiermee komen we tot de kern van ons verslag. Soms waren er mensen die benoemd werden tot een functie in het interne kader. Dat kon eens één persoon zijn maar soms kwamen de benoemingen in vlagen van een tiental stuks.

De traditie was dat bij zo’n benoeming alle afdelingen met al de medewerkers naar het bureel van de gelukkige trokken om hem oprecht te feliciteren. Dan formuleerde je chef een paar felicitatiewoorden en was het aan de bejubelde om op duidelijke wijze zijn vreugde en geluk bij deze promotie ten toon te spreiden.

15.12.2021 - Tekst: Roger Van den Bulcke - Opmaak: A.V.P. - Foto R.Van den Bulcke copyright Marc De Schutter - Tekening muis en sigaar: Pixabay - Free Images

 

Eredirecteur Roger Van den Bulcke

Er waren in het gebouw vijf verdiepingen met elk één gang en links en rechts allemaal deuren. Op elke verdieping zaten vooraan een paar deurwaarders die bezoekers naar het juiste bureel dienden te begeleiden. Dit waren officiële “huissiers” van het type” Baconfoi” uit de tv-reeks ‘De collega’s’. De senior deurwaarder werd met ‘monsieur’ aangesproken, de ondergeschikten met de voornaam. Zij brachten de dossiers en haalden die terug op na afwerking. Ook de proefdrukken van de drukkerij op het gelijkvloers brachten zij binnen. Al bij al, leuke mensen om een praatje mee te slaan en bereid om soms een boodschapje te doen.

 

De Douane-en Accijnsdiensten waren onderverdeeld in diverse directies en mijn domein was DL3 of Douane Légistation 3 wat stond voor Vergunningen en al de reglementeringen die de douane voor derden had na te leven zoals volksgezondheid, drugs, keurvoorschriften op eieren, groenten, vlees, levende dieren, certificaatregelingen voor wijn en sterke drank springstoffen, wapens, visumregelingen met derde landen enz..., het was een serieus pakket.

 

En zo had elke dienst zijn specialiteiten. Dit maakte dat je het gros van je diensttijd in je kantoor had door te brengen, soms alleen, of met twee mensen in één bureeltje. Ik heb het daar trouwens nooit zover kunnen brengen om een bureel voor mij alleen te hebben. We waren nog te laag in rang en behoorden niet tot het interne kader.

Dit ging niet altijd van harte want een hoofdcontroleur die intern adjunct-adviseur werd benoemd verdiende geen frank meer en had toch kosten aan de traditionele felicitatierondes. Het was namelijk de gewoonte dat de benoemde trakteerde op muisjes en sigaren. De muisjes, beter gekend als Bouchée van Cote d’or, waren voor de dames en de sigaren, onveranderd van het merk Corps Diplomatique, voor de heren. In het gebouw was er trouwens een muis- en sigarenleverancier die er zijn boterham eens extra mee kon beleggen.

Als er dus tien benoemingen waren, had ik op het einde van de dag tien sigaren in de zak en hadden wij zeker een halve dag in het gebouw rondgelopen van de ene benoeming naar de andere.

Een van mijn eerste sigaren viel mij te beurt bij een man die juist directeur-generaal was geworden. Op het moment van ons bezoek werd zijn wedde voor zijn neus neergeteld. Dat was toen de gang van zaken. Het bleef in mijn ogen een eindeloze stroom van bankbiljetten waarmee mijn eigen stapeltje munten in het niets verging. En toch was de man geenszins tevreden met zijn benoeming.

Hij viel in een hogere belastingschaal en verdiende daardoor 500 frank per maand minder.

Zo zie je maar, het is nooit goed