De Boreling
Na de oorlogsjaren hadden de mensen de behoefte om elkaar op te zoeken. De verenigingen, cultuurkringen en sportclubs schoten als paddenstoelen uit de grond, want de gezelligheid, de sportiviteit en de kameraadschap hielpen de gruwelijke beelden en herinneringen te verwerken.

Zo ontstonden er anno 1950 in Antwerpen een vijftal D&A-verenigingen: de sportkring TOL.V.V, de DA-Schaakkring, de Douaneharmonie, de Kunstkring TAKA en de Vriendenkring van het Technisch Personeel.

Op een dag zaten de bestuursleden van TOL V.V. bij elkaar in het café “Nederlands Koffiehuis” op het bekende Sint-Jansplein. Dat was niet zo toevallig, als je weet dat het werd uitgebaat door de schoonouders van collega A. Blauwblomme. Tijdens die vergadering opperde de toen jonge Marcel Buyst – later vooral bekend als medestichter en conservator van het D&Amuseum - om het bestaande clubblad dat toen “Sportnieuws*” heette, uit te breiden tot een blad voor iedereen.

Dit idee viel niet in dovemansoren. Op 25 augustus 1950 kwamen de gedelegeerde bestuurders van de Schaakclub, de Harmonie, de Vriendenkring Technisch
Personeel, de kunstkring TAKA en Tol V.V. samen in de burelen van de Everdijstraat. Ze hielden een eerste contactvergadering om dit nieuwe initiatief te bespreken. Sociaal assistente, juffrouw Salomé- Peeraer trad op als gastvrouw.

Opvallend was dat er tijdens de bijeenkomst niet gediscussieerd werd of ze het nieuwe initiatief nu wel of niet zouden aannemen, maar dat ze direct overgingen tot het uitwerken ervan.

J. Declercq, die toen bij de Opsporingsdienst Antwerpen werkte, vond dat zijn ongehuwde collega M. Cailliau een zee van tijd had en dus best als hoofdredacteur kon aangesteld worden. Die stemde een week later in. Verder zouden J.B. Bosschaert, J. Declercq en uiteraard M. Buyst voorlopig deel uitmaken van de redactie.

Dan kwam het er nog op aan om een naam te vinden. P. Roelants van de Harmonie stelde voor om het blad aan de collega’s voor te stellen als een boreling waarvoor zij een naam mochten bedenken. Een wedstrijd zou bepalen wie van de inzenders de peter zou worden.

Zo kwam men op de betekenisvolle naam “De Schakel” die meteen de ultieme rol van het blad weergaf: een schakel vormen tussen alle leden van het korps.
Op naoorlogs papier
Tussen en na de bureeluren typte en stencilde de redactie de eerste kolommen op de stevige en hoge schrijfmachines en de omvangrijke stencilbakken, die trouwens alleen maar op sommige diensten van de toenmalige Directie Antwerpen te vinden waren. Dat was al heel modern als je bedenkt dat de pennenstok en het anilinepotlood toen nog tot de klassieke schrijfmiddelen van de gewone douanier behoorden.
Het eerste nummer verscheen op 15 september 1950. Het was toen een zeer gewoon gestencild kwarto blad van grauw naoorlogs papier. Geïnteresseerden betaalden meteen 10 Belgische frank voor een volledige jaargang, in de vurige hoop dat de volgende 11 beloofde nummers er zouden komen…
De jonge Marcel Buyst – de tweede man rechts onderaan - met het voetbalteam van TOLV.V.
ZOALS INITIATIEFNEMER MARCEL BUYST HET ONS VERTELDE ...