Jan werkt nu iets langer dan een jaar als administratief assistent bij een 1ste lijndienst bij onze administratie, maar tijdens zijn vrije uurtjes zet hij zich ook nog eens voor 100% in als hulpverlener-ambulancier om mensen in nood verder te helpen.

Collega in de kijker: Ambulancier Jan

Jan, waarom kwam je bij onze administratie?

Voordat ik hier begon te werken, was ik aan de slag als bewakingsagent. Omdat de doorgroei- en ontwikkelingsmogelijkheden er eerder beperkt waren, keek ik uit naar een nieuwe uitdaging. Na wat zoeken, ben ik op de vacature van ‘Douanier voor shift’ ‘gestuit. Een taak op het terrein. Dat leek me heel geschikt, want ik ben allesbehalve een ‘kantoormuis’ en ook het contact met mensen en de interessante materie spraken mij aan. Voor ik het wist had ik al op ‘solliciteer nu’ geklikt. Het leek - en is nu bevestigd - een goede keuze.

Hoe ben je in de rol van zorgverlener gerold?

Het klinkt misschien als een cliché, maar de medische wereld sprak me al van kleins af aan. Voornamelijk het zoeken naar de oorzaak van bepaalde symptomen en het helpen van mensen boeide mij. De kogel was dan ook snel door de kerk: ik sloot mij aan bij het Jeugd Rode Kruis. Was er een EHBO-activiteit gepland, dan was ik present.
Logischerwijs schreef ik me in bij een EHBO-opleiding eens ik meerderjarig was. Door mijn schoolrooster toen, werd ik geen EHBO’er bij het Rode Kruis, maar actieve vrijwilliger bij Het Vlaamse Kruis. De basiscursus was nog niet afgerond of ik had me al ingeschreven in de vervolgcursus. En ja, als er medische bijstand werd gevraagd dan gaf ik me op. Zo heb ik mijn skills kunnen oefenen tijdens wielerwedstrijden en atletiektornooien, maar ook bij festivals als Tomorrowland, Quontinent, Antwerpen Zingt en Pukkelpop. De stap naar ‘den DGH’ (Dringende Geneeskundige Hulpverlening) was dan ook snel gezet om hulp te bieden bij diverse 112-standplaatsen.
Je hebt inmiddels al wel wat ervaring? Kan je ons daarover iets vertellen?

Je mag een interventie bij een auto-ongeluk niet onderschatten, want je moet met tal van zaken rekening houden. Zo mag je nooit schuinweg op je slachtoffer toestappen, want dan bestaat het risico dat hij zijn hoofd draait, wat ten stelligste af te raden is bij blessures.

Het is ook onverstandig om op de passagiersstoel plaats te nemen om bijvoorbeeld de chauffeur die nog niet bevrijd is, te helpen. De airbag kan afgaan, want soms zit er een sensor in de stoel.

Soms krijgen we ook het verwijt van omstaanders: “Waarom helpen jullie die mens ‘in nood’ niet?”, maar in sommige gevallen is het echt noodzakelijk eerst te wachten op de collega’s van de brandweer om een slachtoffer te bevrijden…

Een hulpstuk dat we vaak gebruiken om iemand uit een auto(wrak) te halen is de KED (Kendrick Extrication Device). Dat is een soort harnas dat aangelegd wordt om de rug te stabiliseren om een werveltrauma te vermijden en toch het slachtoffer te kunnen verplaatsen. Belangrijk hierbij is dat de 7 banden in een bepaalde volgorde moet aangelegd worden. Het zinnetje ‘My Baby Looks Hot Tonight’ helpt dan (de eerste letters duiden telkens op een bepaalde kleur). Mensen durven wel raar kijken als je dat zinnetje aan het mompelen bent terwijl je bezig bent.

We stellen ook vaak dezelfde vragen. Mensen reageren dan verontwaardigd: “Je hebt dat al eens gevraagd.” Meestal antwoord ik dan dat Ik soms last heb van ‘Alzheimer light’. Uiteraard is dat niet het geval, maar zo controleren we of mensen nog alert zijn én dus steeds hetzelfde antwoorden.

Eén van mijn grootste ergernissen is dat een slachtoffer beweert geen medicatie te nemen, maar wel een hele waslijst geeft aan de spoedarts. (n.v.d.r. Jan zucht niet-begrijpend)


Maar je doet dit werk echt graag, waarom?

Mijn grootste drijfveer is mensen in nood helpen. De adrenalinekick die je krijgt als een melding binnenkomt: ernaartoe rijden en ter plaatse de situatie bevriezen en oplossen. Op dat moment ben je de (enige) houvast van de persoon in ‘nood’. Toegegeven: niet elke oproep is even dringend. Soms kom je bij de oproeper aan en staat hij/zij met de valies in de hand. Als je dan vraagt wat er aan de hand is, krijg je, bijvoorbeeld, als antwoord: “Ik heb een afspraak bij de specialist.” Anderzijds krijg je soms een vage omschrijving van het Hulpcentrum 112 en eens je ter plaatse bent, blijkt het om iemand te gaan met een CVA (trombose) of een hartinfarct te gaan. Dan is het echt alle hens aan dek!

Het feit dat je niet altijd voor 100% kunt inschatten wat de oproep inhoudt en wat je gaat tegenkomen, maakt elke rit even spannend. Ook al lijkt een oproep op het eerste zicht niet altijd even ‘dringend’, de situatie kan snel veranderen. Zo kan iemand die schijnbaar dronken is omdat hij slecht articuleert, zwalpt, zweet of er ‘belabberd’ uitziet op dat moment lijden aan een zware hypo(glycemie) vanwege suikerziekte. Vele mensen bestempelen die persoon dan als ‘dronken’ ondanks hij in zware moeilijkheden verkeert. Wat een blikje cola en een suikerwafel niet allemaal kan doen op dat moment. Hopelijk hoort Pascale Naessens dit niet…
Ook het oplossen van praktische problemen daagt mij uit. Tijdens de opleiding leer je je technieken in ideale omstandigheden. In de praktijk heb je meestal minder plaats, is de trap toch smaller dan gedacht, de persoon net iets zwaarder of is de gps tóch niet zo slim.

Is dat goed te combineren met je job van douanier?

Het voordeel van shiftwerk, is dat ik kan rondhotsen met ‘die gele camionette’ als ik een dag overuren heb. Het zijn wel lange dagen: van 7 u. tot 19 u. of van 19 u. tot 7 u. Dit kan natuurlijk uitlopen als er nog een oproep binnenkomt om 18.59.59 u.

Kan je een leuke anekdote vertellen?

Goh, één van de leukste zaken die ik heb meegemaakt was op Tomorrowland. Een festivalganger, een man van rond de 30 jaar, kwam de hulppost binnen. Ik kreeg deze mijnheer toegewezen. De man ging op de aangewezen stoel zitten en zonder op te kijken liet hij z’n handen zien, waarop ik overal kleine, oppervlakkige snijwondjes constateerde. Toen ik hem vroeg hoe hij deze wondjes opliep, hief hij zijn hoofd op en keek ik recht in z’n ogen. Wow… Ik vloog bijna 5 meter achteruit van het schrikken: die man had vampierenlenzen in! Eens bekomen, begon hij te vertellen. Hij zei me dat hij een mooi meisje had leren kennen en ja…na enige tijd hadden ze zin om iets meer te doen dan alleen maar te praten. Ze kregen het lumineuze idee om een veld in te rennen om te poe….kaarten, ware het niet dat er prikkeldraad hing. Hij verzekerde me, met glinsterende ogen, dat zij het spel toch hebben uitgespeeld.




Wat moet je daarvoor kennen en kunnen?

Om hulpverlener-ambulancier te worden moet je 132 uren les (theorie en praktijk) volgen en 40 uur stagelopen. Deze periode lijkt kort, toch worden de lessen over een heel schooljaar verspreid: iedere zaterdag is het braaf in de les zitten. Voorkennis is er niet vereist - iedereen kan die opleiding volgen - maar enige ervaring is wel handig. Zo leerden we tijdens die training niet alleen de essentiële zaken (brancard gebruiken, …), maar ook hoe om te gaan met mentaal zware gebeurtenissen, psychiatrische patiënten, kinderen, … Om dit te oefenen waren de praktijklessen ideaal: simulanten werden namelijk uitgenodigd om slachtoffer te spelen. Wat hebben die mensen afgezien tijdens de eerste simulaties. Maar ja, je moet aan zoveel tegelijk denken…
Op het einde van de opleiding zijn er 3 examens: theorie, reanimatie en simulatie. Elk deel vond ik even moeilijk. De theoretische kennis wordt getoetst aan de hand van meerkeuzevragen. Of je al of niet je patiënt terdege reanimeert, wordt gescreend door een computer en tot slot bij de simulatie speelt uiteraard de factor ‘wat kan je verwachten?’ een rol.
Om heel de opleiding door te spoelen, zeg maar, volgt een stage. 40u intensief labeur waarbij je mensen mag helpen en assisteren op de MUG (Mobiele Urgentie Groep), maar ook de verslagen moet schrijven. Ja ja, tijdens de stage reed ik mee met de MUG én als 3de man op de ziekenwagen.

Dat pakket was dan al heel gevarieerd. Dat kon gaan van een gewone benadering (vragen stellen) tot bepaalde handelingen uitvoeren zoals spalken, een slachtoffer op de brancard leggen…

Als kers op de taart en de kroon op het werk kreeg ik na een positieve evaluatie de definitieve 112-badge. Maar als je dacht dat het dan klaar bent met het leren? No way José: elk jaar moet je minstens 24 uur bijscholen en om de 5 jaar volgt er dan terug een examen.
Misschien zijn ambulanciers wel de ‘eeuwige studenten’?
 
21.08.2020   •   Tekst: Anne Van Puymbroeck   •   Foto's: binnenkant ambulance door Patricia van den Berg via Pixabay - overige: Jan
douanier/ambulancier Jan
het ambulanciersuniform naast het douane-uniform
de binnenkant van een ambulance